Ik (krijg) kreeg het even allemaal niet geschreven

… en daarom is het hier ook al een tijdje stil.

En toch zou ik een boek kunnen vullen met wat er allemaal in mijn hoofd rondspookt (geen idee wie het zou lezen, maar ik zou het ‘kwijt’ zijn)

Er is door de jaren heen een besef gegroeid over het verhaal van en met de echtgenoot dat veel genuanceerder is dan hetgeen ons werd aangedaan (huiselijk geweld zowel fysiek als emotioneel)

Eigenlijk ben ik de laatste maanden al te vaak depri geweest en deze week kwam dat nog eens naar boven toen er wat dozen van de zolder kwamen na een grote kuis daar. Er waren immers nog meer foto’s te vinden dan ik eind 2015 vermoedde.

De jeugd van de echtgenoot in beeld, van in zijn moeders’ kraambed zeg maar. Mooie beelden van een jong chique stel met hun eersteling. Maar ook de schoonma met haar kind op schoot dat al een paar maanden ouder was, op een formica stoeltje gezeten in de crèche waar ze eenmaal in de week naartoe ging.

De echtgenoot is immers de eerste zes maanden niet thuis geweest. Zijn eerste lachjes zullen voor een kinderverzorgster geweest zijn, de zaak had voorrang op alles 😦

Niet moeilijk dus om te achterhalen waar zijn immense verlatingsangst vandaan kwam. Volgens mij is daar het fundament gelegd van de persoon die hij later zou worden.

Toen ik hem leerde kennen was ik op z’n minst gezegd overdonderd. Ik was op meer dan dat ene vlak maagdelijk te noemen. Wat wist ik eigenlijk van de wereld? Ver buiten mijn eigen gemeente was ik nooit gegaan. Ik stopte na een trimester hogeschool met studeren dus een studentenleven was er ook niet geweest.

En hij trok mijn wereld open en ik wilde niet liever dan daarin meegaan.

Humor, muziek, film, cultuur, geschiedenis, oog voor detail en voor schoonheid in de natuur, een uitgebreidere woordenschat zelfs en ik zou daar nog veel dingen aan kunnen toevoegen. Er was weinig waar hij niets van af wist.

Maar hij was een gehavend persoon met een verleden. Een verleden van steeds naar liefde en goedkeuring hengelen en die nooit krijgen. Een verleden van zich (letterlijk) uit een situatie vechten (het duurbetaalde internaat dat bij de standing hoorde maar waar hij, een veel te gevoelig kind, diep ongelukkig was) en van school gestuurd worden. Een verleden met vluchten in drugs en drank en zelfs een bijna ultieme vlucht.

En toen kwam ik in beeld en hij vleide zich in de warmte die mijn thuisbasis bood. Dat had hij thuis nooit gekend. Tegelijk vleide ik me ook in zijn liefde, want hoe kwaad ik ook op hem mag zijn, die was er wel degelijk.

Dat die liefde zeer verstikkend was zag ik niet in. Het begon immers met beschermen en naïef als ik was zag ik niet dat het over-beschermend was (dat laatste was hij later ook voor de kinderen, op een verstikkende manier) En toen ik dat uiteindelijk wel zag zat ik al gevangen als in een web. Ziekelijk jaloers was hij (verlatingsangst weet je wel). Een eigen vriendenkring had ik dus niet meer. Ik was enkel nog op de eerste plaats zijn vrouw, dan pas moeder en op de achtergrond nog dochter, zus en werkneemster, méér stelde ik als persoon niet meer voor.

Het feit dat ik een pleaser ben (nog altijd, ik wil altijd goed doen voor anderen) hielp aan deze situatie natuurlijk niet. Steeds meer werd de grens verlegd ten nadele van mij. Ik durfde mijn mening amper nog verkondigen.

Dat hij op en af depressief was, neuroses kreeg en daardoor steeds meer in de drank vluchtte deed daar uiteraard ook geen goed aan. Hij was een man met de grootste ideeën, maar kreeg ze niet gerealiseerd door o.a. smetvrees. Hij heeft letterlijk zijn verstand verdronken waardoor hij uiteindelijk zijn vat op de werkelijkheid verloor en steeds meer spoken zag die er niet waren.

Mijn familie was niet meer goed, want in zijn ogen jaloers op ons, een man die naar mij keek, daar had ik uiteraard al mee in bed gelegen, hij regelde de financiën (want het geld kwam toch van zijn kant nietwaar en ik zou maar eens een potje moeten aanleggen om te vertrekken) waardoor ik bvb. moest onderhandelen over het kopen van een paar sandalen voor de kroost. Dat zijn drankzucht sloten kostte besefte hij waarschijnlijk wel maar dat was een detail.

En dat allemaal spookte vorige week door mijn hoofd toen ik aan het bladeren was in het fotoboek van onze huwelijksreis (ik was zelfs vergeten dat daar een boek van was) Foto’s waar hij beschermend zijn arm rond mijn schouder legde sneden door mijn ziel.

Diep vanbinnen zit er bij mij nog een immens verdriet. Verdriet om wat kon geweest zijn mocht hij niet zo gehavend geweest zijn. Verdriet ook om het feit dat ik heb laten gebeuren.

Het wat-als-scenario van mocht ik dat anders gedaan hebben spookt nog vaak door mijn hoofd.

Begrijp me niet verkeerd, ik praat hier niets goed van wat hij ons heeft aangedaan. Dat was narcistisch en blijft onvergefelijk, maar er is een context vanwaar het komt.

Daarom ook dat ik op een rare manier in duusd stukjes brak toen het over mijn tuin ging. De jongste wist niet wat ze zag toen ik plots in tranen uitbarstte.

De onzekerheid over wel of niet dit huis ooit achterlaten is soms tonnen zwaar. De laatste tijd heb ik er zwaar de kantjes vanaf gelopen met kamers die niet opgeruimd geraken, met blijven twijfelen of ik al dan niet een grote (financiële) ingreep doe in mijn tuin, …

En dat komt allemaal omdat het verleden ooit veelbelovend was. Ik verbeeld me dat niet. Twee mensen hebben mekaar ooit graag gezien.

Maar dat is even anders uitgedraaid.

Rouwen om dat verdriet heb ik altijd voor me uitgeschoven, ik moest immers kwaad zijn. Om mijn jonge lijf in gele bikini, getuige de foto’s jonge jaren die voorgoed voorbij zijn, om de schuld die ik voel tegenover de kinderen om wat hen is aangedaan, …

Ik kreeg mijn verleden vorige week bij wijze van foto’s letterlijk nog eens voorgeschoteld en verdorie dat deed doet pijn!

 

Advertenties

Tante Loffie**

Ik neem u even mee naar 1978. Het jaar dat mijn beider oma’s stierven op een maand tijd, het jaar dat er in ons gezin een speciaal ‘kind’ bijkwam.

Ons gezin telde toen al 8 personen: moeder, vader, zes kinderen tussen 2 en 19 jaar.

Mijn vader waakte dagen aan een stuk ’s nachts bij zijn stervende moeder en op één van die nachten beloofde hij haar om voor zijn zus te zorgen. Zijn zus, een vrouw van dezelfde leeftijd van mijn moeder maar met een mentale leeftijd van 3 jaar.

Zijn belofte was niet doorgesproken met mijn moeder, zowat het enige wat ik mijn vader ooit kwalijk heb genomen.

U kan nu wel zeggen dat voor een mondje méér koken in zo’n groot gezin niet zoveel inhoudt, dat is waar, maar dat was natuurlijk niet het enige.

Onze woning was nl. maar een halfopen bebouwing met slechts drie slaapkamers. Logistiek was daar dus een redelijk probleem. Voor tante kwam sliepen wij al met vijf op een kamer. Twee tweepersoonsbedden met vier zussen, een kinderbedje van onze kleine broer en een bureautje pasten allemaal op die ene kamer. En daar moest tante dan nog bij (bij mijn oudste broer slapen was nu eenmaal geen optie).

Ik herinner me de eerste nacht van met drie in bed nog als was het gisteren. Ik lag in het midden en heb geen oog dicht gedaan. Verdrietig, kwaad op tante, kwaad op mijn vader en vooral denkend dat ik nooit in mijn leven nog zou kunnen slapen (als je negen jaar bent relativeer je immers nog niet veel)

Nu duurde dat drie-in-bed-verhaal maar een jaar, grote zus was het jaar daarop plots haastig om te trouwen en verliet het huis.

Achteraf bekeken was het logistieke ook maar een minder probleem. Veel moeilijker was het feit dat onze moeder allesbehalve goed omging met de situatie. Onze ouders hebben mekaar altijd heel graag gezien, maar als ze al eens woorden hadden dan ging het over tante. Ergens was er bij mijn moeder een vorm van jalousie, alsof ons vader haar minder liefde kon geven nu hij een extra ‘kind’ in huis had.

En toch was tante een volwaardig lid van het gezin. Ze ging mee op elke uitstap/reis, werd meegevraagd naar familiefeesten, ging in de suite op alle huwelijken uit ons gezin…

Doordeweeks ging ze overdag naar een dagcentrum, maar altijd was er iemand thuis tegen dat ze teruggebracht werd. In de zomer passeerde ze haar tijd al wandelend in de tuin met een draagbare radio die zelden zuivere muziek speelde omdat ze altijd aan de knopjes zat te draaien (en als hij al eens dienst weigerde gaf ze er nog een goeie klop op ook), ’s winters breide ze hele lappen met veel vallende steken want ze had een scheel oog en zag bijgevolg niet goed. Als je haar vroeg wat ze breide zei ze altijd “ne sal” (=een sjaal, ze sprak ook gebrekkig)

Toen er kleinkinderen kwamen speelde ze met de kleintjes en dat ging goed vermits ze zelf kleuter onder de kleuters was. Niet zelden liet ze daarbij een bulderende lach horen. Mijn jongste heeft vroeger nog verteld dat ze tante wel eens liet winnen met het kaartspel ‘broek van ’t gat’ omdat ze haar graag blij zag en vond dat memé (mijn moeder) niet altijd lief voor haar was.

Toch heeft ons moeder tot drie maanden voor haar dood voor haar schoonzus gezorgd, ze vond dat ze dat moest doen voor ons vader die vier jaar eerder stierf. Iemand die nooit voor een minder valide gezorgd heeft kan nooit inschatten hoe ingrijpend zo’n zorg is.

De laatste jaren was tante in een woon-zorgcentrum (ondertussen een dement plantje) tot ze plots vorige week naar het ziekenhuis werd gedaan en we de boodschap kregen dat het niet lang meer zou duren.

Donderdag gingen de jongste en ik nog eens langs en zagen met eigen ogen dat het einde naderde. Mijn jongste die steevast door haar ‘petatje’ genoemd werd, wegens haar onuitspreekbare voornaam, een verbastering van schatje.

Vanmorgen is ze op haar tachtigste gestorven.

De tante die onze jeugd overhoop gooide maar die ons tegelijk enkele levenslessen bijbracht.

R.I.P.

**Loffie was een bijnaam, ze had in werkelijkheid een lievere naam

Vreemde weken passeren ook

Die van ons startte met een overlijden en eindigde met een begrafenis.

Het was ook een lange week, zo van de vrijdag naar de andere zaterdag. Een week van stilstaan bij wat was en weten dat er dingen nooit meer komen.

De gang van het leven? Uiteraard. Maar dat maakt het niet minder makkelijk.

Voor mijn schat start met het overlijden van zijn vader voor het eerst een leven waar hij niet meer moet zorgen. De enige blok aan zijn been ben ik nu nog 🙂

Als kind heeft hij zijn moeder door een zware depressie weten gaan en dat heeft hem zorgend gemaakt. Op latere leeftijd wist ze daar ook wel gebruik van te maken. Er waren dagen dat hij verschillende keren langs moest gaan na een ‘dringend’ telefoontje ging. Zolang zij leefde is hij geen nacht bij mij gebleven. Er moest maar eens iets gebeuren, wij wonen immers op een uur afstand van mekaar.

Eens zij er niet meer was, bleef de zorg voor zijn vader op het voorplan. Buiten de dagen dat hij/wij op reis waren, ging hij elke dag naar het rusthuis en hij bouwde daar sociale contacten op door als vrijwilliger te werken in de cafetaria of bij activiteiten.

Was hij bij mij thuis, dan kon ik hem na het ontbijt niet meer houden. Ik moest begrijpen, pa, …

En ik begreep.

Gisteren hebben we ‘pa’ begraven. De vader die ik nooit bewust gekend heb. Ik heb ondertussen geleerd dat het een fantastische man, vader en opa was. De pretogen die hij aan alledrie zijn kinderen heeft doorgegeven hoorden bij een man met veel kattenkwaad, bij een werker (huizen bouwen/verbouwen voor de kroost) bij een super oppasser voor de kleinkinderen.

Ik ben slecht in begrafenissen. Het was gênant om in de rij van familie te staan die de mensen moest groeten en daar voluit te staan janken om oud verdriet. Om mijn eigen ouders en om het feit dat ik ooit zo’n rij moest aanvoeren toen de echtgenoot overleed. Dus liep ik maar naar voor in de kerk naar de stoel die bedoeld was om de mis te volgen, daarbij alle roddelaars de kans gevend om hun zegje te doen. (elk zijn hobby, nietwaar)

Vermits begrafenissen ook altijd samenkomsten zijn van families die elkaar al lang niet meer gezien hebben, werden er ook herinneringen opgehaald. Een neef met een laptop vol foto’s had veel aantrok. Ik leerde er het gezin van mijn schat nog beter door kennen. Ook achteraf op een terras rechtover de kerk nog ene drinken met dat kleine gezelschap kon ondanks de reden waarom we daar zaten best gezellig genoemd worden.

Het leven…

Mijn schat verwoorde het zo in een bericht toen ik alweer thuis was:

‘Leven is ontmoeten en liefhebben, met steeds een triest afscheid als eind’

Ik kon dat niet beter gezegd hebben.

En toen waren we beiden wees

Wat voorafging lees je hier en hier bij de letter L

Meestal kan je zijn blik niet peilen. Zijn ogen lijken vaak een bodemloze vijver waar gedachten na een seconde alweer in verdrinken.

(over het spook dat dementie is)

Tijdens de kermisviering van dit jaar ging het vlammetje stillekes uit…

Hij heeft mij nooit bewust gekend, maar ik zal hem nooit vergeten.

Ik ben triest, om het verdriet van mijn lief maar o zo dankbaar voor de man die datzelfde lief gemaakt heeft!

 

PS: het reactieluik staat uit. Ik weet zo ook wel dat jullie meelevende mensen zijn.

 

De vrouw van vandaag herkende die van gisteren

… en dat was zowel confronterend als dat het me fier maakte.

Voor iemand denkt dat ik wartaal uitkraam: we kregen van CM vorming vandaag. Waar die meestal slaapverwekkend/ergerlijk/oninteressant of… is, keek ik er vandaag naar uit.

Het onderwerp was nl. ‘Grenzen stellen’ en laat ik daarin nu eens een redelijke amateur geweest zijn in de donkere periodes van mijn leven.

En daardoor werd ik het slachtoffer van grensoverschrijdend gedrag, wat me dan weer banger, kleiner, kwetsbaarder en zwakker maakte.

Gelukkig kwam er een keerpunt (veel te laat, maar het kwam er toch) Ik moest er mijn moeder wel bij afgeven en daardoor zie ik dat figuurlijk als een cadeau van haar aan mij.

Zij mocht geen 72 jaar worden en ik dacht bij mezelf: “als ik ook maar zo oud mag worden, dan zit ik al ferm over de helft en ik blijf hier maar ongelukkig wezen”

Dus ik krabbelde recht, nog steeds zo bang als een wezel maar ergens zat er een kracht in me, die gevoed door een diepe colère, meer en meer aan de oppervlakte kwam.

En toen verzamelde ik al mijn moed en zei ik hem dat ik wou scheiden, waarop hij een mes trok (had hij altijd op zak, de zak!) waarop ik dan weer zei dat hij het moest wegsteken, wat hij wonder boven wonder deed. En een paar uur later stond er een boom in de weg op zijn dronkemansrit …

Vanaf dan kreeg ik de kans om de vrouw te zijn die ik diep vanbinnen altijd geweest was. Ene die wist wat ze wou, koppig op de juiste momenten (ja schat lach maar, soms ook eens op andere momenten, ik ben me daarvan bewust) en heel erg haar grenzen bewakend.

Ik ben daardoor niet de gemakkelijkste maar diegenen die mij lief zijn weten wel heel goed wat ze aan mij hebben.

Toen Bruno mij overkwam (hij schreef zichzelf mijn leven in door te reageren op mijn vroeger blog) dan was ik me heel erg bewust van het ezel versus steen spreekwoord. Er is dus een lange weg afgelegd voor ik en hij definitief ‘wij’ konden zijn.

Ik kan ook aardig op zijn kap zitten, want als er me nu iets niet aanstaat, dan zeg ik dat ook direct. Niets meer opkroppen, mijn kop maalt al genoeg zo, dus laat maar.

De powerpoint van de uiteenzetting in de vorming eindigde met deze quote van Brené Brown:

Grenzen stellen betekent dat je de moed hebt om van jezelf te houden, ook al riskeer je daarmee dat je anderen teleurstelt.

En verdorie, ik zie mezelf graag! Met alle onvolmaaktheden en met mijn tong die ik soms eens wil afbijten als ze te scherp is. Het kan hier al eens kletteren ten huize met diegenen die ik lief heb.

Tegelijk weten we allemaal wat we aan mekaar hebben (veel!) en zien we grenzeloos graag.

En dat is de cement die alle gemaakte brokken uit het verleden naadloos herstelt.

 

 

 

 

Ooit geblogd (6)

Een herhaling van een bericht van 19/02/2011 n.a.v. de heruitzending van de film zaterdag. Lachen en stromende tranen, ik kan het niet helpen.

***

PS: I love you

Gisteren de film gezien op de commerciële zender met bovenstaande titel. Ik had onlangs het boek gelezen, geschreven door Cecilia Ahern (dochter van Bertie, premier** van Ierland).

Bij het lezen daarvan tranen met tuiten geweend, en ook al is het scenario van de film een heel stuk afwijkend van het boek, gisteren hebben de waterlanders ook hun weg gezocht.

Het verhaal: jong koppel, kibbelend over van alles en nog wat, maar zó stapel op mekaar. Hij sterft aan een hersentumor, en omdat hij besefte dat zijn vrouw na zijn dood niet echt vooruit zou geraken zonder hem, laat hij haar op geregelde tijdstippen een brief bezorgen.

In die brieven staat telkens een opdracht, allemaal met als doel dat ze haar leven weer zou opnemen en uiteindelijk het geluk weer zou vinden.

Wat had ik dat graag gehad, dat mijn man me ook zo graag had gezien, dat zijn dood niet abrupt zou geweest zijn en dat hij me dan ook een stukje zou gedragen hebben naar een nieuw leven.

De realiteit was helaas anders! Ik bleef achter met een diepe colère en een karrenvracht aan waarom-vragen. We hadden het zo goed kunnen hebben samen. Waarom moest hij dat allemaal vergooien aan andere vrouwen en de drank?

Lag het aan mij? Die vraag wil ik me niet meer stellen. Ik heb alles voor die man gedaan en er heel weinig voor teruggekregen.

Van hem nog antwoorden krijgen op de waarom-vraag, dat is zoiets als vrijen voor maagdelijkheid, dat zal er dus niet meer van komen.

Maar één ding staat vast: het onderdanige vrouwtje dat hij had is samen met hem begraven!

En weer geluk vinden … 

Daar had ik zijn richtlijnen uiteindelijk niet voor nodig. Dat heb ik alleen ook gekund!

**In 2011 dus

***

Als ik ‘Ooit geblogd (5) en (6) naast elkaar zet, dan heb ik blijkbaar toch een lange tijd in dezelfde teneur geschreven.

Kwaad, verder willen, maar vaak zo geblokkeerd zijn dat dat zomaar niet vanzelf ging.

Grote dochter en ik hadden het er gisteren nog over. Wat de periode met de echtgenoot gedaan heeft met ons, en hoe dat ons gevormd heeft tot de mensen die we vandaag zijn.

Het leven …

 

Whereabouts (10)

Waar zat ik zoal de laatste tijd? Wacht, ik haal er even mijn agenda bij. Memorie, que?

Een tijdje terug was ik in Waarschoot. Op uitnodiging van CM was daar een vergadering over het ‘Airbezen-project’ dat in 2017 gaat lopen. Men gaat m.a.w. de luchtkwaliteit van de provincie Oost-Vlaanderen in kaart brengen door een 8000-tal aardbei (errebezen in ons dialect) -planten te verdelen over de provincie. Een drietal maanden later worden er dan enveloppen opgehaald met de bladeren van die plantjes om daarmee de waarden aan fijn stof en andere vervuiling te kunnen bepalen.  Ik ben zeer benieuwd wat daar gaat uitkomen.

Ik ben de vergadering wel snel ontvlucht toen ze me teveel de politieke toer op gingen (was in samenwerking met Beweging.net en dan is de link met CD&V snel gelegd) en Joke Schauvliege zelfs handjes kwam schudden (ekkes! ik voel me nog helemaal vies)

Typisch voor politiekers, er was omkoperij. Noem het smeergeld in de vorm van een smeersel voor op de boterham:

img_20160928_191647

Een zondagvoormiddag bracht ik ook nog door in Gent, voor een workshop ‘Goudsbloemzalf en lippenbalsem’ maken. Leuk om doen, fijn om met natuurlijke ingrediënten een topproduct te maken.

Omdat ik een beetje te vroeg ter plekke was ging ik eerst nog een latte drinken in de buurt. Ik wist niet dat het nog bestond, maar het was een plek waar ze nog helemaal Frans spraken. Ik dacht dat die bourgeoisie in Gent toch al een tijdje uitgestorven was. En helemaal achterlijk gingen die mensen er ook van uit dat ik hen niet verstond. Toen ik een foto nam van het interieur (tafels die Singer naaimachines geweest waren, veel oude foto’s in dito kaders aan de muur) ging ik vlot over de tong. Ik moest wel van Antwerpen komen zeiden ze. Mijn ogen moeten vuur geschoten hebben (ik kan niet tegen geroddel, als je iets te zeggen hebt, zeg het in de mensen hun gezicht) en plots konden ze Vlaams en wilden ze me ook nog een petitie laten tekenen over het verkeerscirculatieplan van Gent.

Geen foto hieronder, mijn goesting om de daar gemaakte foto te ‘Instagrammen’ was daar ter plekke ook snel over.

Vorige vrijdag was ik voor het vrijwilligerswerk ook nog in Gent. Net terwijl ze het op de radio hadden over geestelijke gezondheid (n.a.v. de rode neuzen actie) stond ik geparkeerd voor het psychiatrisch centrum.

img_20161007_105507

Onder het motto : ‘zot zijn doet geen zjeer (pijn)’ ben ik, telkens ik daar moet zijn, blij dat ze me niet willen houden 🙂

Uiteraard was ik ook af en toe thuis. Daar waar er werk is in de tuin, er nog een variatie aan tomaten geplukt kan worden, de nieuwe kip al vriendjes geworden is met de andere twee, de was en de plas gedaan wordt, … Vorige woensdag plukte ik tussen twee CM-ritten in ook nog meer dan 60kg kweeperen. Ik zette ze direct te geef op Facebook, maar er staan er nog een aantal bakjes in mijn berging. Liefhebbers mogen me altijd mailen (eilish1969@hotmail.com)

img_20161005_145537

Een mens kan nu eenmaal niet blijven gelei en fruitsap maken. Ik maakte dit jaar al zoveel dat mijn huishouden in de soep draaide.

Dat laatste kwam ook doordat het vrijwilligerswerk steeds meer tijd in beslag neemt. Ik ben de enige chauffeur in mijn dorp, en ik kan geen neen zeggen. Bovendien komt er weer een reeks bestralingen aan, is er iemand die tweemaal per week revalidatie moet hebben (telkens meer dan 3 uur van huis) en komen de gewone doktersbezoekjes daar ook nog tussen.

Ik zou het een geluk moeten noemen dat net nu Louiseke, de vrouw die altijd zeer goed mijn PR verzorgde (alsof er maar één iemand goed genoeg was om mensen te vervoeren) is gestorven, maar ik schrok me dinsdag rot toen een andere patiënte me zei dat ze de dag voordien al begraven was (met meteen een hoop roddels erachter over de vrouw haar kinderen grrrrrrr, ik wurgde het mens net niet)

Het leven hé…

Al een geluk dat ik nog wat kan teren op een fijn weekend. Eéntje van ‘de week van het bos’ starten,

(onderste foto : neen er zijn geen witte vlekken op de foto, dat is het licht dat door de kieren van de pannen schijnt)

één met een goeie portie liefde en samen klussen (wat niet direct een succes was maar het komt in orde) en van raar genoeg ontspanning halen uit een grote kuis (administratie, logeerkamer uitmesten, …)