Hij heeft me nog maar eens verlaten.

In 2014 reed het lief al eens met de fiets naar Santiago de Compostela, in 2015 naar Rome. Vorig jaar heb ik hem een beetje uitgelachen omdat hij met de wagen een Tour de Belgique deed.

Weer een jaar verder en geen zorgen meer om zijn oude vader kan hij echt eens helemaal zonder tijdsdruk weg.

Ik bracht hem vanmorgen naar Lille vanwaar hij de trein nam tot Parijs. Morgen nog een ritje tot Lyon om vanaf daar te fietsen. Een blokje om zeg maar, zo een week of vier, vijf.

Heel zijn route staat nog niet vast maar er zijn wel een paar dingen die zeker op het lijstje staan. De Mont Ventoux om maar iets te zeggen, Sénanque, Camargue, Canal du Midi, Carcassonne, …

Het is hem gegund, dat hoort allemaal bij punt 7 van ons Liefdescontract.

Het enige wat hij moet doen is voorzichtig zijn en een pakske warme liefde meebrengen naar huis, dat ook nog.

Advertenties

“Volgende week zondag slaap ik al in een vreemd bed”

… zei het lief zondag toen we op de tram zaten van de Gentse feesten naar Gent Expo.

Waarop ik repliceerde : “Zolang het maar met geen vreemde vrouw is, kan het me allemaal niet schelen”

En toch … het kan me allemaal wél schelen ! Feit is dat ik al die weken dat hij naar Rome fietst zijn bed niet ga delen, we niet samen een stapje in de wereld zetten, niet gaan wandelen, geen koffie gaan slurpen, niet ‘gewoon’ samen gaan zijn (wat is trouwens gewoon voor iets wat zo goed voelt ?)

Het is allemaal zo dubbel. Enerzijds het hem zo erg gunnen om die tocht te doen, weten dat hij hiermee een lang gekoesterde droom kan waarmaken. Anderzijds jaloers zijn omdat ik niet mee kan, bezorgd zijn om eventuele gevaren, hem in één stuk willen terugzien (min een ‘schelletje’ buikvet waarschijnlijk)

Wel schat : Geniet ervan ! Doe voorzichtig ! Zorg voor je lichaam (eten, drinken, slapen) Mis me genoeg, maar niet teveel. Kijk voor twee naar alle moois wat je tegenkomt en neem me later mee naar de hoogtepunten.

Deal ?

HIER kan je de tocht meevolgen, nieuwe berichten kunnen vanaf zondagavond (of iets later – de webmaster is ook op reis) online komen.

Le Cercle des Voyageurs

Gisteren liet ik in de namiddag de studerende kroost in de brand – slechte moeder die ik ben – en ging ik samen met Bruno naar Brussel.

We zagen mekaar in Gent, waar ik al op de rechtstreekse trein zat, en hij moest overstappen.  Met schaamrood op de wangen moet ik toegeven dat dit voor mij (op mijn 45ste) de allereerste treinrit was die ik alleen aanving, ik ben nl nogal vergroeid met 4 wielen onder mijn gat.

En toegegeven, het was gemakkelijk, op minder dan een uur stapten we uit in Brussel Centraal, terwijl ik onderweg ontspannen rond mij kon kijken, iets wat met de wagen iets minder evident is.

Een (veel te straffe – ze hebben daar een patent op in Brussel geloof ik) koffie verder zochten we de weg naar het doel van onze trip. Lees : ik kon een beetje gniffelen omdat Bruno (ondanks zijn tablet-gps) niet direct de weg vond.  Niet dat ik dat beter zou kunnen, echt niet, ik had er alle vertrouwen in dat we uiteindelijk ter plekke gingen geraken dankzij hem, en dat was ook zo !

Op 50 m van Manneken Pis (voor de gelegenheid getooid in een heksenpakje compleet met bezem) vonden we le Cercle des Voyageurs waar Bruno afgesproken had met iemand van de nieuw opgerichte vereniging die informatie verstrekt aan mensen die naar Rome willen reizen.

beeldig interieur, niet de beste foto want rap rap met de GSM gemaakt

beeldig interieur, niet de beste foto want rap rap met de GSM gemaakt

Het werd uiteindelijk i.p.v. informatie verstrekken meer een uitwisseling van ideeën rond de reisweg want mijn ventje is al supergoed voorbereid op zijn tocht.  Ik probeerde stoppen in mijn oren te steken toen het plots ging over gevaarlijke stukken in de tocht, maar helaas het is toch doorgedrongen … “niet ongerust zijn, niet piekeren vrouwmensch” zal mijn mantra worden vrees ik eens hij vertrekt 😦

Duidelijk is dat eens de microbe van het trekken iemand vast heeft, dat die mensen daar uren over kunnen doorbomen.  Wat ook steeds terugkomt is dat wandelaars eigenlijk neerkijken op mensen die het met de fiets doen, alsof iedereen zomaar een derde van een jaar kan vrij nemen om zo een tochten te maken.

Na ‘Le Cercle’ te verlaten voelden we ons nog wat toerist in eigen land en gingen we nog eens tot aan de Grote Markt. Ofwel was het veel te lang geleden, ofwel ben ik daar ‘vanzelevens’ nog nooit geweest, ik had er nl geen idee van dat die markt helemaal door gebouwen is omzoomd (ik dacht dat die minstens aan 1 kant open was), en bovendien vond ik hem klein uitvallen.

Zo op 1 dag én alleen met de trein reizen én de Grote Markt van Brussel zien, het doet wat met een mens 🙂

Uiteindelijk treinden we op het gemak weer naar Gent waar we dichtbij het station een restaurantje opzochten, waarna we weer elk een andere trein namen richting onze wederzijdse thuis.

Bij thuiskomst had de kroost me niet gemist (ik kan tenslotte de leerstof toch niet leren voor hen) en kon ik nog samen met de Piepedol een wandeling gaan maken in eigen dorp, wat er mee voor zorgde dat ik na nog wat te lezen een goeie nacht heb geslapen.

En dan de reis zelf (bis)

Dag 5 & 6 : die kunnen we onder 1 noemer zetten.  We gaven de dochters waar ze anders de hele reis verder zouden over zagen : zon – zee en strand.  Niet zomaar een strand weliswaar, we waren namelijk in Ribadeo waar je bij eb de mooie ‘kathedraalrotsen’ kunt aanschouwen, wat we de eerste dag ’s avonds dan ook uitgebreid deden.  ’s Morgens waren we nog een boottochtje gaan doen rond de haven vlakbij ons hotel, van zon, zee en strand alleen kunnen wij nl niet leven.  Dag 2 daar reden we nog eens dezelfde kustlijn af om nog meer natuurschoon te bewonderen en deden de meiden nogmaals van ‘nat worden in zee’, zijnde de ene helemaal, en de andere tot aan haar billen.  Mijn Piepedolleke slaagde erin om Bruno’s pet kwijt te raken tijdens het golvenspringen, wat ze beteuterd kwam zeggen bij ons op het terras, om dan in de namiddag giechelend nog eens tot bij ons te komen met de boodschap dat ze, toen de zee weer opkwam, met veel heksentoeren de pet weer had kunnen opvissen.  Ze was enkel een beetje gekrompen …

Dag 7 : deed ons weer naar het binnenland rijden, en ook een stukje de Camino doen in omgekeerde richting. Ponferrada was de ietwat grotere stad die we aandeden.  We bezochten het 11°eeuws kasteel en de kerk, waar we niet naast alle goud konden kijken.  Buiten die kerk deden we ook nog een babbel met een vrouw uit Loppem, die net als Bruno eerder, op weg was met de fiets naar Compostela.

Later op de dag trokken we helemaal de bergen in en passeerden we o.a. voorbij Cruz de ferro een plaats waar de passanten ‘iets’ achterlaten.  Dat iets varieerde nogal in aard en grootte : stenen, al dan niet beschilderd, brieven, foto’s, ordinair vuilnis.  Nu stelde ik me bij dat kruis een (zoals de naam zegt) groot ijzeren kruis voor, eerder teleurstellend was het een klein kruisje op een houten paal.  Op de Camino-route zitten betekende ook smalle wegen met mooie uitzichten, pittoreske dorpjes waar de tijd heeft stilgestaan en die leven van de Camino.

Uiteindelijk eindigde de dag in Astorga, waar we enkel naar het centrum gingen om een lekkere paëlla te gaan eten, alweer op een mooi plein (bij het even mooie stadhuis), op weg daar naartoe zagen we ook nog Romeinse mozaïeken van de 2° eeuw voor Christus.  En trouwens, er liepen daar nog Romeinen in de straten ook (mannen in ‘jurken’ dus, met sandalen) want er waren Romeinse feesten aan de gang.  Astorga is ook een plaats waar Gaudi zijn stempel op heeft gedrukt, want daar staat ook een kasteel van zijn hand.

Dag 8 : ’s Morgens was de eerste stop in Hospital de Órbigo waar een lange Romeinse brug in eer werd hersteld.  Daarna reden we naar Frómista waar ons alweer stukken geschiedenis wachtten : twee kerken nl, de Romaanse van de twee is Unesco werelderfgoed.  Na daar nog een middagmaal te hebben genuttigd reden we door naar Burgos waar we de warmste uren van de dag in de Kathedraal doorbrachten.  Echt een parel is dat, je hebt ogen tekort om al het moois in je op te nemen. In het gedeelte waar nog vieringen in worden gedaan werd net een huwelijk voltrokken, duidelijk van mensen die niets gewaar worden van de crisis in Spanje. We gaven alweer onze ogen de kost, maar dit maal om alle mooie jurken van de dames te aanschouwen.  Bij navraag in het hotel ’s avonds werd mijn vermoeden dat niet iedereen zomaar in de kathedraal kan trouwen, door de hoteleigenaar bevestigd.  Je moet al van goede huize zijn om dat te mogen.

Dag 9 : is al onze laatste dag in Spanje.  We gunnen de meiden nog wat shoppingtijd in de voormiddag om daarna de terugweg aan te vatten tot de Franse grens.  Vooraleer die over te steken stoppen we toch nog even in San Sebastian, ik wil immer zoooo graag nog wat Spaans spreken, want dat ging me al stukken beter af dan twee jaar geleden in Lloret de Mar.

Het was de bedoeling om net over de grens in Bayonne te overnachten, maar dat was buiten de Baskische feesten gerekend die daar doorgingen, we vonden dus geen hotel.  Maar geen nood (hoewel, bij mij wel, ik heb er een hekel aan om niet vooraf een hotel te hebben geregeld, dat heeft de arme Bruno serieus aan mijn humeur gemerkt) mijn lief deed me van plaats naar plaats rijden, we zouden wel wat tegenkomen.  Hoe meer we het deksel op de neus kregen, hoe ‘liever’ ik werd (wanneer is die menopauze nu eindelijk voorbij, ik zie mezelf zelfs niet graag op zo een momenten) Maar kijk, ik had niet moeten panikeren, we belandden in een meer dan mooi hôtel de charme in de Landes.

Dag 10 en 11 : doen we nog een klein beetje van ‘toerist zijn’, maar eigenlijk zijn we gewoon op weg naar huis.  We overnachten nog in Chatellerault (die moet ik hier zeker vermelden, om het nooit meer te doen, zijnde slapen in een Première Classe hotel, want de naam dekt helaas de lading van het gebouw niet) en in Beauvais waar we al op een uurtje of twee van Ieper zijn.

Ik kan deze reis samenvatten als zijnde lastig (veel rijden) maar we hebben vooral heel veel gezien en genoten van natuur en cultuur.

Jullie als lezers zullen misschien aan deze verhalen geen boodschap hebben, maar dit blog is voor mij ook een geheugensteun, ik durf nl wel eens namen van steden vergeten of door elkaar halen, en hier heb ik alles eens mooi op een rij kunnen zetten.

En dan de reis zelf (deel 1)

Dag 1 : rijden van thuis tot Le Tâtre (iets voor Bordeaux – een kleine 800 km rijden) De GPS zei bij vertrek rond 8u dat we rond 15u15 op onze bestemming zouden zijn, het werd uiteindelijk 21u15 en dat kwam helaas niet omdat ik graag zes uur rust onderweg, maar door ellenlange files (bij binnenkomen Frankrijk door werken en spitsuur Lille, in Parijs dat zowaar 39° koorts had – leve de airco, …) Een geluk dat ons doorreishotel een zwembad had (speciaal naar gezocht, want aan de noordkust van Spanje zijn er niet veel (betaalbare) hotels met zwembad.

Dag 2 : we doen er nog een km of 400 bij om te slapen in Castro Urdiales waar we van op het balkonnetje van ons pension zicht hebben op de haven.  Tijdens de rit zijn we al gestopt in Donostia/San Sebastian om lekker wat te kuieren in de straatjes van het oude stadsgedeelte, om de meiden een carrouselrit te gunnen (hoort bij elke vakantie) en waar de kroost zich tegoed doet aan het eerste van nog veel volgende ijsjes.  Op weg naar de parking verdwijnen ze ook nog in een XXL Zara-winkel (“ja mams, we hebben die thuis ook, maar niet zo groot” zegt het duo dat voor de reis al uitgebreid is gaan shoppen) Dat verdwijnen mag letterlijk genomen worden, zijnde ik sta te koekeloeren op de plaats van afspraak en ik zie hen het volgende uur niet meer terug. En dan had ik nog gezegd dat ze daar niet meer in zee moesten gaan, dat we nog een eind te rijden hadden … ik had dus haast.  Achteraf bekeken belachelijk natuurlijk, ik was nl op reis, dan hoort een mens geen haast te hebben, en die Spanjaarden die eten ’s avonds eerder om 10u dan om 7u, dus …

Dag 3 : We keren een 30-tal km terug op onze stappen en bezoeken Bilbao.  ’s Morgens nemen we een open dubbeldekbus om ons op een tour rond de stad te voeren, wij zijn immers vrouwen en verdwalen overal, dat was dus de beste manier om een algemene indruk van de mooie stad op te doen.  Na een uitstekend middagmaal (Bilbao is de stad met de meeste sterrenrestaurants) in de betere bistro konden we niet om het Guggenheim museum heen, dus daar maakten we de rest van de dag zoek.  Het gebouw aan de buitenkant alleen is al een must, maar de binnenkant ook ! Hoewel niet alles me kon bekoren, ik zie nl niet in alles kunst waar kunstenaars dat wel zien.  Zo was er een tijdelijke tentoonstelling van Yoko Ono, en lag daar o.a. een stukje canvas van 5op 5cm met de vermelding bij : ‘op dit stuk canvas sliepen John en Yoko’.  Ik kan dat dus ook met mijn lief op een stuk canvas slapen, alleen zal ik dat niet als kunst verkocht krijgen ! De Piepedol en ik waren stukken eerder klaar dan Poppemieke (die leest zowat elk bordje bij elk kunstwerk, luistert naar elk stukje van de audioguide) Ik was zowaar weeral haastig, want ons volgende hotel lag op nog een drietal uur rijden van daar in Gijón.  Slecht gepland dus … Uiteindelijk komen we rond 10u aan in ons hotel, waar we niet aan de voorkant binnenmogen (waar ik de foto’s van had gezien op tinternet) maar rond een groezelig pakhuis naar een donkere straat met even donkere entree worden gevoerd.  De kamer met 3 éénpersoonsbedden is nog te klein voor twee bedden, mijn humeur keldert met de seconde.  Dat eindigt een paar minuten later in tranen aan tafel (we hadden dus nog niet gegeten) ik ben OP, MOE ! Ik heb dus al helemaal geen behoefte aan dochters die nog moeilijk doen over het menu, er was daar immers niet veel in de buurt aan restaurants en ik vertik het om nog de auto te nemen en de stad nog verder te gaan verkennen.  Dat Gijón een mooie stad aan zee is, hebben we dus helemaal niet geweten.

Dag 4 : Weer een 4-tal uur in de wagen om naar Santiago de Compostela te rijden waar ik mijn schat ga terugzien. Zijn bagage wordt bij de onze gevoegd, mijn Cliotje mag dan wel Grandtour zijn, maar hij barst bijna uit zijn voegen.  Vanaf dan heb ik dus geen zicht meer uit de achterruit en hangt er rechts nog een wiel van de fiets uit te steken, allemaal zaken die het rijden nog meer comfortabel maken (niet !) Maar kijk, met Bruno erbij verandert de sfeer van de reis compleet.  De meiden zeggen het hem ook letterlijk dat ze blij zijn dat hij er is, want hun moeder … We slapen die avond in Lugo een prachtige ommuurde stad waar we zeer gezellig op een mooi plein met veel groen ons avondeten nuttigen.  Het hotel valt ook stukken beter mee dan de dag voordien, we kunnen wel niet ter plekke ontbijten maar moeten dat doen in het café met dezelfde naam, een café waar je meer dan een ontbijt nodig hebt om alles rondom je eens te bekijken.