Tuinstruinen

Omdat het in het voorjaar al eens de moeite bleek om met een echt fototoestel door de tuin de lopen, deed ik dat vanmorgen nog eens over.

Ik ben uiteraard geen fotograaf en de Canon heeft nog veel geheimen die hij, als ik daar eens geen cursus voor ga volgen, altijd voor zich gaat houden vrees ik.

Enfin, alles beter dan een (oude) smartphone-foto.

Ik deed van ruilhandel met mijn nichtje. Zij gebruikt mijn zolder om meubelen op te slaan tijdens het bouwen van een nieuw huis, de aangetrouwde neef bracht mij een aanhangwagen compost voor in de serre:

Zien dat de laag in de serre hoog genoeg is aan de laatste tomaten die er nog staan en compleet met het gras opvegen met de harde borstel 🙂

Er bloeit nog één en ander ook in mijn hofke. Niets spectaculairs, maar van dichtbij toch nog mooi:

De bovenste drie staan nog in de bloemenweide (mag ik die maaien met de grasmaaier? Iemand?) De laatste is bloei van ananas-salie (zou dat ook in de thee mogen?)

Soms komt er ook eens iets spontaan aanwaaien. Ik weet dus niet wat bovenstaande plant is. Ze staat in mijn bijna lege moestuin overigens.

De moestuin was – zacht uitgedrukt – geen succes te noemen dit jaar, maar er is nog eten te vinden. De laatste paprika’s uit de serre en massas’s rijpe vijgen. Die laatste kennen in confituurvorm geen succes hier. Een ontbijt bestaande uit gemixte vijg, gemixte peer, havermout en stukjes pure chocolade en dat gebakken in de oven is daarentegen wel super lekker!

De laatste dagen van de houten pergola zijn geteld. Veel kans dat hij gewoon wegwaait eens ik de druivelaars eraf haal. Maar kijk er is al vervanging in de vorm van een stevig smeedijzeren tweedehands exemplaar dat al een beetje mag staan roesten op de onderste foto.

De peul rechts kwam ik tegen aan de Wisteria. Nooit eerder merkte ik die op. Geheel optimistisch zocht ik al op of die dan gewoon kon gezaaid worden maar blijkt dat er dan allesbehalve zekerheid is dat er bloei komt. Jammer!

En dan eenzame Stippy (onze enige kip momenteel) die trots haar nieuw verenpak showt. Gelukkig loopt de Mozart nog wel eens achter haar kont aan (letterlijk). Datzelfde konijn heeft verse groenten gekregen maar verorbert momenteel liever de blaren van de bomen.

Op de onderste foto is te zien dat rode ogen (bij slechte foto – zie je wel dat ik een foto-cursus kan gebruiken) bij een albino-konijn gewoon wit zijn.

Advertenties

Beeld bij de week

 

Meten om te weten en lomp zijn: mijn bloeddruk opvolgen. Een paar keer per dag, omdat ik besloten heb dat het maar eens moet gedaan zijn met pillen slikken na dit

’t Ziet er goed uit nietwaar? En de dokter maar zeggen dat ik daar voor jaren aan vast zat.

En dan mijn mobieltje. Weten dat ik hem meegepakt heb in de auto (met nog tig andere dingen in mijn handen) en hem binnen niet vinden. Terug naar de garage gaan en zien dat het bakje ‘overreden’ is door de garagepoort. En ik die dacht dat alleen pubers zo’n toestanden voorhadden. Schielijk overleden en geen garantie die deze nog tot leven zal wekken.

Toch nog wat tomaatjes kunnen plukken. Ik heb het nog niet durven zeggen, maar ik had deze zomer amper tomaten. Een schep konijnenkak in het plantgat bijvoegen was teveel van het goede voor de planten. Twee spontaan gekomen struiken met olijftomaatjes maken nu nog het goeie weer.

Thee uit den hof: ik maak ongeveer elke dag een literfles met een combinatie van salie, ananassalie, bonenkruid, munt en citroenmelisse. In die fles ook nog een clementine snijden maakt dat we nog wat vitamine C ook binnen krijgen. Aan de planten te zien zullen er nog wel wat theetjes volgen.

Leren van mijn oudjes (patiëntenvervoer): kool snijden met de broodmachine. Vijf minuten werk. Waarom kom ik daar nu zelf niet op? De portie voor vandaag samen met patatjes in de wok stoven (weinig afwas, yes!) en een met liefde bereid bordje Instagrammen voor de dochter.

Een Z-cup ter promotie van borstkankerscreening vandaag in AZ Alma en de zon die fel schijnt volgens de weerman. Er zit alleen wat Sahara-zand en roet uit Portugal in de weg.

Moeder aarde is een gemolesteerde vrouw. Was het een hond geweest, de sociale media was al lang ontploft.

 

 

 

In de categorie ‘schone zinnen’

Woorden zijn als noten.

Zolang ze in de partituur staan, zijn het alleen maar symbooltjes.

Maar als je ze omzet in klanken, dan kunnen ze alles.

Woorden zijn beloften, als doosjes.

Die moet je vullen en dan krijgen ze betekenis.

En wij moeten die betekenis geven.

Uit ‘De bloementuin’ van Cristina Caboni. Een boek met naast het verhaal voor de liefhebbers ook veel weetjes over planten. Met botanische namen, kenmerken, groeiplaatsen en symboliek.

Geen grootse literatuur maar het maakt wel de lange wachttijden in ziekenhuizen een stuk draaglijker.

Drie eeuwen

Deze week, op weg naar de proclamatie van de oudste, vertelde de jongste mij heel random dat ze graag 101 jaar wil worden.

“A ja, mama, dan ga ik in drie eeuwen geleefd hebben”

“En als ze me dan komen interviewen (totaal niet bescheiden) dan ga ik vertellen dat ik dat op de dag dat we naar de proclamatie van mijn zus reden, heb verteld aan jou”

’t Is maar dat jullie op 26 november 2100 het nieuws niet zouden vergeten opzetten hé 🙂

Te Gro(o)t(st)e onderscheiding

Ik leg mijn woorden even op een laboratoriumweegschaal.

Er zouden wel eens mensen kunnen zijn die van ‘eigen lof stinkt’ denken of van ‘mijn kind, schoon kind’, of nog erger me betichten van jaloersheid.

Enfin, hier komt de stoef: mijn oudste heeft  haar diploma gekregen en heeft dat (als enige) behaald met de grootste onderscheiding.  De naam van je kind als eerste horen proclameren voor een volle zaal, het doet wat met een mens. Het kan zijn dat er mij een klein vreugdekreetje ontsnapte 🙂

Als geen ander weet ik hoe hard ze daarvoor heeft gewerkt, hoe haar autisme en het daaruit vloeiend perfectionisme haar heeft gekraakt, hoe op ze was aan het einde van de rit.

Bij elke richting (4) die bij de proclamatie hoorde werden ook nog een paar extra prijzen uitgereikt. De persoon die het best had gescoord zat daar voor elke richting bij, alleen de dochter viel uit de boot.

De voorlezer van dienst (voor haar richting) en nog een andere docent op het podium waren niet toevallig diegenen die hier onder de letter B het mooie weer maakten in juni.

Een andere student die samen met de dochter in een inspraakorgaan van de school zetelde (en daar nooit zijn mond open deed) kreeg wèl een prijs en mocht even later zelfs nog speechen. Die deed dat goed, vlot, bebofte de school en de richting met veel verve, iets wat mijn kind niet over de lippen had gekregen.

Zij had nu eenmaal haar kritiek niet gespaard in juni. Ze kan het misschien allemaal zo vlot niet zeggen, maar als ze een mening heeft dan is die altijd gefundeerd en zal ze daar echt serieus over nagedacht hebben. Het leverde haar het etiket ‘extremiste’ op, iets waar niet iedereen die haar beoordeelde het mee eens was, maar die hun meningen wogen blijkbaar niet door.

De decaan (die nooit een vriendelijk woord over had als ze (als enige die durfde) een probleem ging aankaarten) die naast de presentator van dienst de avond mocht inleiden, gebruikte raar maar waar, wel letterlijke woorden die de dochter had neergeschreven bij de beoordeling van haar richting, als hij het over de toekomstvisie van de school had.

Vreemd.

Hypocrisie, het is van alle tijden zeker?

Kijk, het gaat mij hier niet om die misgelopen prijs van de dochter. Veel kans mocht ze die wel gekregen hebben en het commerciële bedrijf paste niet in haar (ecologische) kraam, dat ze die ook zou geweigerd hebben. Het heeft mij een onder mijn stoel kruipen van schaamte-moment bespaard.

Waar gaat het dan wel om?

Om het feit dat jonge mensen nog verder moeten na het diploma, om gevoelens en gevoeligheden, om menselijkheid en om het feit dat mensen in het onderwijs toch zouden moeten beseffen dat ze de power hebben om mensen te maken en te kraken.

En dat moest nu even van mijn moederhart zie.

Blijft het feit dat ik trots ben op mijn oudste. Ze heeft dat verdorie fantastisch gedaan! Ik vraag daarmee niet aan iedereen om het daarmee eens te zijn.

Zelf weet ze dat ze véél te hard gewerkt heeft en ondertussen veel te weinig geleefd.

De jongste (fier op haar zussie) heeft op heel de avond wat wraak genomen. We leven nu eenmaal in een sociaal media-tijdperk en zij kreeg het voor mekaar dat er toch een paar tweets op groot scherm verschenen die de grootsheid van het moment omkaderden.

 

 

 

 

 

 

 

Gedaan met de luxe

Vroeger kwam bij mij (te pas of te onpas) het rode leger langs. Ik hing er ook wel eens de rode vlag voor uit, van moetens, een mens doet zo’n dingen nu eenmaal niet van harte.

Maar ik ben een vrouw en dan is het normaal dat er een paar dagen van de maand ‘verhormoond’ worden.

Op mijn dertiende had ik het al vlaggen, middenin de paasexamens van het eerste middelbaar (die keer dat ik 97% haalde voor wiskunde en 59% voor biologie, twee vakken door dezelfde leraar onderwezen)

Ik had echt geen kaas gegeten van biologie, bewijze ook het weinige dat ik wist van wat mijn lijf daar durfde te doen.

Maar ik doorstond al die jaren, er was immers geen keuze.

In de jaren negentig, ten tijde van tig vruchtbaarheidsbehandelingen, waren menstruatiedagen vaak tranen om een lege buik, temidden de andere heldere soort.

Alle andere jaren was het gewoon deel van het leven.

De laatste jaren beslist mijn lijf anders en vallen hier nog amper (rode) tranen.

Al een geluk, want al die tijd vonden onze beleidsmakers dat menstrueren boven de stand was, getuige de luxe-belasting die op maandverband en tampons van toepassing was.

Dat ze dat gaan veranderen zegden ze vandaag in het nieuws. Niets voor tijd zeg ik dan.

Mogen alle vrouwen nu een collectieve schuldvordering indienen voor alles wat ze al die jaren teveel hebben betaald?

Ik zeg maar wat: €X per maand  x 12 maanden x gemiddeld 38 jaar en daar dan (als we de huidige BTW-tarieven nemen) 15% op.

Volgens mij konden wij daar al eens goed van gaan eten.

Luxueus.

In een sterrenrestaurant.

Week dier

Gisteren, op de snelweg in de gietende regen op weg naar Nieuwpoort, maakte ik een trip down memory lane.

Er is ooit een augustusdag geweest met stormachtig karakter waarop ik dezelfde weg reed. Om daar voor het eerst de man in levende lijve te zien die ik precies al goed kende.

We hadden een straat afgesproken om te parkeren, ik keek uit naar een blauwe Golf, hij naar een groene Avensis en dat verliep allemaal vlotjes. Ondanks het feit dat het nog zomer was, droeg ik een lange winterjas en had ik laarsjes aan. Een geluk, want eens uit de auto woei mijn paraplu direct de verkeerde kant uit en had ik daar niets meer aan.

Zijn lach toen hij uit de auto stapte was tegelijk verlegen maar toch hartverwarmend (en hij was in mijn ogen zoveel mooier dan op foto) en dus gingen we samen op pad. Letterlijk. Dat we dat nu nog altijd figuurlijk doen is een droom die waar geworden is.

Er zijn veel details van die eerste ontmoeting blijven hangen. Hoe ik het bijvoorbeeld raar vond om een man voor me te hebben die koffie dronk (i.p.v. alcohol) hoe ik zijn melkje bij de koffie in kon pikken (hij drinkt zwart). Dat ik even kon vertellen over het gaan van de echtgenoot en hij iets ingrijpends uit zijn leven i.v.m. zijn mama. Hoe alles zo normaal leek tussen ons en wat een rust hij uitstraalde. En ook nog hoe mijn telefoon een drietal keer begon te trillen in mijn broekzak omdat mijn schoonmoeder mij blijkbaar dringend nodig had 😦

En dat we babbelden en ik in zijn mooie blauwe ogen keek en hij op een bepaald moment net iets te lang in mijn decolleté (hij ontkent dat tot op de dag van vandaag)

Uiteindelijk is alles geleidelijk aan gegaan tussen ons. Uitzoeken of we durfden springen van beide kanten, er waren immers rugzakjes, bij de ene wat zwaarder dan bij de ander. De jurk die ik kocht voor onze eerste ontmoeting (na me jaren lang te verstoppen in broek en slobbertrui) en die wegens het weer in de kast bleef, was blijkbaar wel impressionant genoeg om drietal maand later een eerste kus te krijgen

En we kussen nog altijd. Van gewoonte en van graag willen.

fullsizeoutput_25a6

Het weekdier op het strand zal het bevestigen. In al mijn gemijmer ben ik zelf een week dier.

Maar zoete herinneringen zijn van die aard dat ze moeten gekoesterd worden toch?