Tante Loffie**

Ik neem u even mee naar 1978. Het jaar dat mijn beider oma’s stierven op een maand tijd, het jaar dat er in ons gezin een speciaal ‘kind’ bijkwam.

Ons gezin telde toen al 8 personen: moeder, vader, zes kinderen tussen 2 en 19 jaar.

Mijn vader waakte dagen aan een stuk ’s nachts bij zijn stervende moeder en op één van die nachten beloofde hij haar om voor zijn zus te zorgen. Zijn zus, een vrouw van dezelfde leeftijd van mijn moeder maar met een mentale leeftijd van 3 jaar.

Zijn belofte was niet doorgesproken met mijn moeder, zowat het enige wat ik mijn vader ooit kwalijk heb genomen.

U kan nu wel zeggen dat voor een mondje méér koken in zo’n groot gezin niet zoveel inhoudt, dat is waar, maar dat was natuurlijk niet het enige.

Onze woning was nl. maar een halfopen bebouwing met slechts drie slaapkamers. Logistiek was daar dus een redelijk probleem. Voor tante kwam sliepen wij al met vijf op een kamer. Twee tweepersoonsbedden met vier zussen, een kinderbedje van onze kleine broer en een bureautje pasten allemaal op die ene kamer. En daar moest tante dan nog bij (bij mijn oudste broer slapen was nu eenmaal geen optie).

Ik herinner me de eerste nacht van met drie in bed nog als was het gisteren. Ik lag in het midden en heb geen oog dicht gedaan. Verdrietig, kwaad op tante, kwaad op mijn vader en vooral denkend dat ik nooit in mijn leven nog zou kunnen slapen (als je negen jaar bent relativeer je immers nog niet veel)

Nu duurde dat drie-in-bed-verhaal maar een jaar, grote zus was het jaar daarop plots haastig om te trouwen en verliet het huis.

Achteraf bekeken was het logistieke ook maar een minder probleem. Veel moeilijker was het feit dat onze moeder allesbehalve goed omging met de situatie. Onze ouders hebben mekaar altijd heel graag gezien, maar als ze al eens woorden hadden dan ging het over tante. Ergens was er bij mijn moeder een vorm van jalousie, alsof ons vader haar minder liefde kon geven nu hij een extra ‘kind’ in huis had.

En toch was tante een volwaardig lid van het gezin. Ze ging mee op elke uitstap/reis, werd meegevraagd naar familiefeesten, ging in de suite op alle huwelijken uit ons gezin…

Doordeweeks ging ze overdag naar een dagcentrum, maar altijd was er iemand thuis tegen dat ze teruggebracht werd. In de zomer passeerde ze haar tijd al wandelend in de tuin met een draagbare radio die zelden zuivere muziek speelde omdat ze altijd aan de knopjes zat te draaien (en als hij al eens dienst weigerde gaf ze er nog een goeie klop op ook), ’s winters breide ze hele lappen met veel vallende steken want ze had een scheel oog en zag bijgevolg niet goed. Als je haar vroeg wat ze breide zei ze altijd “ne sal” (=een sjaal, ze sprak ook gebrekkig)

Toen er kleinkinderen kwamen speelde ze met de kleintjes en dat ging goed vermits ze zelf kleuter onder de kleuters was. Niet zelden liet ze daarbij een bulderende lach horen. Mijn jongste heeft vroeger nog verteld dat ze tante wel eens liet winnen met het kaartspel ‘broek van ’t gat’ omdat ze haar graag blij zag en vond dat memé (mijn moeder) niet altijd lief voor haar was.

Toch heeft ons moeder tot drie maanden voor haar dood voor haar schoonzus gezorgd, ze vond dat ze dat moest doen voor ons vader die vier jaar eerder stierf. Iemand die nooit voor een minder valide gezorgd heeft kan nooit inschatten hoe ingrijpend zo’n zorg is.

De laatste jaren was tante in een woon-zorgcentrum (ondertussen een dement plantje) tot ze plots vorige week naar het ziekenhuis werd gedaan en we de boodschap kregen dat het niet lang meer zou duren.

Donderdag gingen de jongste en ik nog eens langs en zagen met eigen ogen dat het einde naderde. Mijn jongste die steevast door haar ‘petatje’ genoemd werd, wegens haar onuitspreekbare voornaam, een verbastering van schatje.

Vanmorgen is ze op haar tachtigste gestorven.

De tante die onze jeugd overhoop gooide maar die ons tegelijk enkele levenslessen bijbracht.

R.I.P.

**Loffie was een bijnaam, ze had in werkelijkheid een lievere naam

Advertenties

Hij heeft me nog maar eens verlaten.

In 2014 reed het lief al eens met de fiets naar Santiago de Compostela, in 2015 naar Rome. Vorig jaar heb ik hem een beetje uitgelachen omdat hij met de wagen een Tour de Belgique deed.

Weer een jaar verder en geen zorgen meer om zijn oude vader kan hij echt eens helemaal zonder tijdsdruk weg.

Ik bracht hem vanmorgen naar Lille vanwaar hij de trein nam tot Parijs. Morgen nog een ritje tot Lyon om vanaf daar te fietsen. Een blokje om zeg maar, zo een week of vier, vijf.

Heel zijn route staat nog niet vast maar er zijn wel een paar dingen die zeker op het lijstje staan. De Mont Ventoux om maar iets te zeggen, Sénanque, Camargue, Canal du Midi, Carcassonne, …

Het is hem gegund, dat hoort allemaal bij punt 7 van ons Liefdescontract.

Het enige wat hij moet doen is voorzichtig zijn en een pakske warme liefde meebrengen naar huis, dat ook nog.

Vijgen (oef dat mag nog!) na Pasen

Zondag gingen wij en famille (dochters+wederhelft oudste) naar het ‘Vegan Summer fest’ in Gent. Sofie deelde mij daar al bij haar blessings, wat een eer!

Raar, maar toen de oudste me ’s avonds vroeg wat ik er van vond (ze zal wel al ergens gemerkt gehad hebben dat ik gefrustreerd was) ben ik kwaad geworden.

Misschien ligt het aan mij en begrijp ik het allemaal niet goed, maar volgende zaken vond ik van het goede teveel:

  • Als veganisme als ecologisch moet bestempeld worden, waarom aten wij daar dan allemaal uit plastieken/papieren/piepschuimachtige borden, met houten/plastieken bestek en dronken we uit plastieken bekers?
  • Opdruk van T-shirts met koe en kalf en dat het kalf alleen melk drinkt: kan allemaal wel zijn, en die dieren worden dan gehouden om moeder-kind te zijn en gaan dan dood van ouderdom? Hoe naïef moet je daarvoor zijn zeg!
  • Dat je liefst ook geen lederen schoenen/tassen moet kopen is ook nog zoiets. De kunststof nijverheid is natuurlijk wel héél milieuvriendelijk om nog maar te zwijgen van hoe lang al die zaken dan meegaan en of ze recycleerbaar zijn eens op de afvalberg.
  • Ik kocht daar een zeer ethisch verantwoord boterhamsmeersel om dan bij thuiskomst te zien dat het maar een dag meer goed bleef (ik weiger dat eigen schuld te bestempelen, een beetje eerlijk bedrijf doet dat niet of zegt het erbij en verkoopt die zaken met korting)

Het is dat ik zondag in volle colère niet direct ben beginnen schrijven of er zouden nog wel zaken uit mijn klavier gerold zijn.

Hier thuis is veganisme wel een item. Uiteraard. De oudste wil niet anders meer. Dat heeft er toe geleid dat wij allemaal nog amper vlees eten. De jongste en ik eten wel nog vis en schaaldieren, eieren en melkproducten. Zelf ga ik buiten de deur nooit moeilijk doen.

Met zijn allen gaan eten brengt bijgevolg altijd strubbelingen teweeg, familiefeesten zijn niet meer gewoon de deur uitgaan, ze vergen wat voorbereiding vaak (al wil ik dat laatste niet dramatiseren, er is veel begrip en zelfs een lieve broer die bij de laatste samenkomst ook voor twee lekkere vegan desserts zorgde)

En toch moet ik zeggen dat vegetarisch/vegan koken mij veel lekkers op mijn bord gebracht heeft. Echt! Ik zeg dat hier niet om iemand te plezieren, het is gewoon zo. Zondag heb ik ook mijn buikje rond gegeten zonder het gevoel te hebben van iets te missen in een gerecht.

Iedereen die een beetje lacherig doet over de nieuwe geitenwollensokken moet eerst eens wat gerechten proberen vooraleer te oordelen.

Het is zoals met vele dingen in de maatschappij. Een open geest hebben, mekaar respecteren en het goeie van vele werelden omarmen.

En als u mij nu wilt excuseren. Ik hoor buiten een ‘kot, kot, koduuuuuut’-productiedeuntje. Ik ben er zeker van dat ik dat eitje met smaak ga opeten!

 

Liefste (smartphone-)dagboek

Ik hoop dat ik niet de enige ben die van de onnozelste dingen foto’s neem met mijn telefoon. Feit is dat je zo wel gemakkelijk een lijstje kunt maken met gebeurtenissen. Ik neem u even mee als dat goed is:

Wachtzalen en een e-reader, dat gaat vaak samen. Het boek dat ik las met een speculaasje met chocolade erop iets minder.

Vorige vrijdag wou de jongste musea bezoeken in Brussel, ik nam haar mee naar Antwerpen 🙂 De sponsor kiest zeker? We deden het Rubenshuis in de voormiddag, gingen gezellig lunchen naast de deur en trokken dan naar het Mayer-Van Den Bergh-museum. Weer naar huis gaan zonder één winkel binnen te gaan, dat zou een wonder geweest zijn. Er gebeurden dus geen wonderen. Ik kocht me nog een mooie jeans met flinke korting, de dochter deed nog twee tweedehandsjes van ‘Think Twice’ mee naar huis.

Zondagmorgen gingen Bruno en ik wandelen in eigen dorp, in de namiddag verzamelden de troepen van mijn familie voor onze jaarlijkse BBQ. We komen daar nooit iets tekort want het ‘elk maakt iets van dessert’ valt bij niemand in dovemansoren. Mijn bijdrage was een vegan crumble met zelf gekochte appels en zelf gekweekte pruimen en druiven.

Maandag was een was- en strijkdag en in de namiddag/avond reed ik nog het gras af en deed ik barmhartige werken zijnde het wandelpad (gemeente) dat voor mijn voordeur loopt ontkruiden. Ons konijn houdt van ‘living on the edge’ en maakte een pijp onder de vaten waar ik het grasmaaisel in laat composteren. Rechtdoor botst hij op de regenput dus ‘tunnelt’ hij direct naar rechts om weet ik veel waar uit te komen.

Dinsdag=feestdag gingen we per trein naar Oostende, met de wagen gaan en geen parking vinden zag ik niet zitten. Bruno wel wegens geen schappelijke treinverbinding met Ieper en hij heeft het geweten. Ook stekkedozekes  (luciferdoosjes) van auto’s vinden moeilijk parking blijkbaar. In Oostende vieren ze trouwens al kerst op de Paulusfeesten getuige de vele kerstbomen en kerstverlichting die er te zien was.

Gisteren was een grote dag voor beide dochters. De oudste begon aan haar eerste werkdag na het behalen van een diploma, de jongste ging een dagje op inleefstage in onze nieuwe regionale kliniek. Ze mocht een dag meelopen op de materniteit en kon een bevalling bijwonen. U begrijpt dat er heel wat te vertellen was ’s avonds.

Ik maakte gebruik van het mooie weer en zweette enkele liter uit in mijn tuin. Ik had het vorige week al in mijn kop gekregen dat het gras wat properder mocht afgelijnd worden (mijn paden zijn plots overal wat breder) ook rond de moestuin. In diezelfde moestuin groeien vooral pompoenen, warmoes, pastinaak, aardappelen en rupsen. Ik telde zo’n 35 stuks op 8 koolplanten, veel kool zullen wij dus niet eten de komende maanden. Mochten het nu nog rupsen van de Koninginnenpage zijn, maar helaas 😦

Ik kon ook de eerste afgevallen kweepeer spotten, terwijl alle andere nog prematuur aan de boom hangen. De Nashiperenboom is weer mishandeld dit jaar (te weinig uitgedund) hij kreunt onder het gewicht van de vele ronde peertjes. De druivenpergola houdt voorlopig nog stand, al torst hij ook een aantal kilo Glenora.

Vandaag fietste ik om 8u al naar de kapper en ging daarna nog eens horen hoe het gesteld was met één van mijn oudjes (vrijwilligerswerk) dat gisteren naar de kliniek was gebracht na een fietsongeluk. Eens thuisgekomen sommeerde ik de jongste om een schort aan te trekken (liep nog in slaaptenue). Ze kon me namelijk helpen met groenten snijden. Tien paprika’s, vijf courgetten, twee bakjes grote champignons, wat wortelen en wat ajuin veranderden op die manier in doosjes gemengde groenten voor de diepvries, champignonsoep en spaghettisaus.

Na de middag trok ik naar Gent om mijn lijf wat te helen met acupunctuur en daar ontdekte ik ook de originele benadering van een toegemetseld raam. Een vogelappartement. Twooppe tegoarre (samen) zeggen de Gentenaars zeker?

Ondertussen hield de jongste zich bezig met een oude speelgoedkast op te ruimen. Er kwam nog een tekening boven die de oudste ooit maakte van hun barbiepoppen. Ik heb het altijd al geweten, die mannelijke poppen waren allemaal jeannetten 🙂

En nu kan ik het fotogeheugen van mijn telefoon weer wat lichter gaan maken.

 

We waren er (net) niet bij.

Speurend in een doos foto’s van de jongste (ze wordt eind november 18 jaar en ik ben van plan om haar een speciaal album te geven) kwam ik uiteraard heel wat vakantiefoto’s tegen. De kinderen waren de favoriete fotomodellen van hun vader, het stak hem niet op een filmrolletje meer of minder als we op reis gingen.

Twee foto’s heb ik alvast ingescand omdat ik direct een heel verhaal kon oprakelen over de plaats.

Boscastle, Cornwall. Augustus 2004. We reden naar het stadje, kronkelende baan naar beneden, het was heet, ik had barstende koppijn.

We parkeerden onze wagen op een middelgrote parking, ze waren daar blijkbaar wel wat toeristen gewoon.

En dan te voet naar de monding van een lieftallig riviertje tussen twee hoge rotsen in zee.

fullsizeoutput_2535

Geen goeie foto, maar het ‘gat’ naar zee is wel duidelijk.

De echtgenoot en de kinderen gingen naar het ‘Witchcraft Museum’, ik probeerde mijn zere hoofd wat te laten bekomen aan de oever van de rivier naast een oud stenen brugje.

fullsizeoutput_2533

Veel meer herinner ik me niet meer van die dag. Wat ik me wel levendig herinner is de beelden die we een week later op TV zagen.

Boscastle Flood

Mocht dit een week eerder gebeurd zijn en we zouden niet terug gekomen zijn van reis, geen kat zou geweten hebben dat we net die dag op die plek waren. Ik heb dat altijd een scary gedachte gevonden.

Water was precies een gemene deler van die reis (uiteraard, Cornwall, zijn haventjes, baaien, kusten) want ik schreef er al eens eerder over.

Ik kan het gelukkig allemaal nog navertellen, maar het is nu al geweten dat deze weerfenomenen door de opwarming van de aarde nog vaker gaan voorvallen. Met alle gevolgen van dien …

 

Cadeautjes dienen om uitgepakt te worden

En toch liet ik er eentje aan de kant liggen en, voor de duidelijkheid, dat was niet omdat het niet werd gewaardeerd.

Ik kreeg namelijk een ‘Liebster award’ van Els, de toffe madam waarmee ik een tijd geleden een blogdate had in Gent nadat ze het BuJo-boek won.

Liebster-award

De bedoeling is dat ik Els haar vragen beantwoord, er zelf een aantal verzin en anderen ook huiswerk geef. Dat laatste is niet zo mijn ding, dus dat laat ik maar zo, maar wie zich niet kan inhouden mag de vragen alsnog van een antwoord voorzien!

Alles klaar? Daar gaan we:

1. Waarom begon jij te bloggen?

Bloggen begon ongeveer gelijktijdig met het tweede deel van mijn leven. Mijn man was gestorven, ik probeerde me recht te houden en tegelijk een verleden te verwerken. Schrijven was therapeutisch, het gaf me ergens een identiteit die ik onderweg was verloren.
2. Welke fijne ontmoeting heb je te danken aan jouw blog?

Ik maak daar even ontmoetingEN van:

DEZE! Die kan tellen uiteraard. We blogden toen beide op de bejaardensite bloggen.be, en dat schepte meteen een band 🙂

En op blogmeetings een heleboel mensen (en een tweetal gewoon privé) waarmee je als het online klikt, ook in het echte leven een goed contact hebt.
3. Hoe kwam je op de naam van jouw blog?

Zie vraag 1. Het was gewoon wat me overkwam. Mocht ik nu een blog starten, het zou geen Engelse titel meer zijn. Ik zou voor simpel en kort gaan qua naam. 
4. Heb je nog een bijzondere uitdaging of een project op stapel staan dat je wil delen via jouw blog?

Op korte termijn, nee. Misschien verandert dat ooit als de kroost figuurlijk niet meer aan mijn rok hangt als ik de ‘petatten’ moet afgieten. 

Er zitten wel duizend en één ideeën in mijn hoofd die ik ooit wel eens wil doen (in huis (het huidige of ooit een ander), tuinaanleg, naaien, lezen, fietstochten, reizen,…) maar die moeten als een goeie wijn nog wat rijpen.

 
5. Wat vind jij het leukste aan bloggen?

Dit is MIJN (virtueel) erf, ik doe hier MIJN goesting.

Niemand hoeft hier te lezen (al ben ik uiteraard blij met alle interactie die hieruit voortkomt!), niet iedereen hoeft het met me eens te zijn. Ik kan ook bij vele collega-bloggers langsgaan, een lach en een traan oppikken, mooie zinnen opslaan, cultuur opsnuiven, iets bijleren, …

Ik kreeg als het ware zelf gekozen familie erbij door te bloggen. En dat maakt het zo de moeite waard!

Voilà Els, dat waren ze. Nog een merci om me te nomineren en ik hoop dat je ondertussen plezier hebt beleefd aan je boek.

 

Herinneringen

… aan zoveel mooie dingen (Oorwurm? geen dank!)

Verjaren. Welke rimpels? Ik stuur ze op reis, diegenen die zoiets durven geven. Nog rap wat pruimen verwerken (en laten overkoken en veel smurrie veroorzaken). Ik ben ook weg! Naar zijn huisarts gaan (die van mij is met vakantie) met mijn bloeduitslag. Joepie, ik ga niet dood! Eten in ‘Iepereat’

Fietsen zegt hij! Tegenlicht. De VIP’s zijn vertrokken uit de Westhoek, mijn VIP is er gelukkig nog. Zonnebeke, z’n tuintjes in de vorm van poppies en zijn zonnebloemen. 45km fietsen.

Bergues. Méér dan 200 trappen op het belfort. Duizelig van de draaitrap. Krap daarboven. Abdijruïne. Ommuurde stad. Boterkoekskes ‘in den otto’, véél te straffe koffie op een terras.

Cap Gris en Blanc Nez. Engeland zien en daar ongelofelijk gelukkig van worden. Schoon weer. Met de voetjes in ‘de zjee’. Andere foto’s nemen dan het lief. Buikkrampen van teveel slagroom. Restaurant uit ‘Achter de wolken’. 14904 stappen. Eten op ‘den Berg’ (Zwartberg)

Buiten beeld 3 nachten bij het lief blijven, evenwicht zoeken in samenleven als koorddansers op een slappe koord, graag zien, nog eens 30km fietsen op zondagvoormiddag, een beloofd sterren restaurant dat dan stoofvlees/friet blijkt op een motortreffen in de legerkazerne in Ieper (humor van het lief), de cafetaria van het rusthuis in Vlamertinge runnen, alleen thuiskomen en mij vleien in ‘mijn’ nest.

Content zijn!