Over vallen en opstaan en genieten

Er was eens een nieuwe fiets

Er waren eens een dochter die twee dagen naar Parijs ging en een andere dochter die niet veel meer thuis woont.

Er waren eens een agenda waar afspraken geweerd werden en een lief dat verlof nam.

Er waren eens twee dagen wij, dicht bij elkaar als twee fietsen tegen een oude kerkhofomheining.fullsizeoutput_1f24

We namen het er ons van, het lief en ik. Omdat het kon.

Donderdag gingen we fietsen in de Westhoek. Een tocht die op papier en in mijn denken 50km lang was. Doch dat was buiten ’t lief gerekend. Zijn streek, zijn wetten? Ik weet het niet. In elk geval startten we niet op de Grote markt, hij zou één van de volgende fietsknooppunten wel vinden.

fullsizeoutput_1fdb

Dat gebeurde ook wel vlot dus wij en route!

Dat fietsen leuk is, daar moet niemand mij van overtuigen. Een beetje figuurlijke wind achter met de ondersteuning was met het weertje van donderdag ook een flinke bonus. Alleen moet ik Bruno nog overtuigen van het feit dat fietsen niet crossen is.

Nee, ik hoef niet zo nodig te trappen tot die 27km/h om te bewijzen dat ik daarna als de motor uitvalt hetzelfde tempo nog kan aanhouden 🙂

Ik wil rond me kunnen kijken want ik ken de streek niet als mijn broekzak. Ik wil iets vaker halt houden op mooie plekjes. Even zitten, luisteren naar de natuur, …

We stopten wel een paar keer, bvb. aan watertjes die op lieflijke poelen leken maar eigenlijk bomkraters zijn, maar dat had meer gemogen (de mooie plekjes, niet de kraters uiteraard).

Want ik zei het al. Het weer was niet met ons. Redelijk wat wind, af en toe een bui. Ik had niet voor niets mijn regenbroek van onder het stof gehaald (27 jaar oud van in de tijd dat ik nog met een brommertje reed)

En dat die broek van pas kwam wist ik na een twaalftal kilometer fietsen. Bij wegenwerken waar zo van die stevige ijzeren platen op de weg lagen, ging ik nl. tegen de grond na een te snel remmanoeuvre. Mijn fiets gleed als op een ijspiste naar rechts, ik smakte op mijn linkerkant (hoofd (gelukkig een helm aan), arm, bil, knie) op de grond.

Mijn immer bezorgde schat informeerde direct op deze manier “Ister verve af?” (verf, de nieuwe fiets) terwijl ik tegelijkertijd lachend en huilend op mijn poep op de grond zat.

fullsizeoutput_1f26

(ja, ja, de fameuse bommaschoenen waren ook van de partij)

Even dacht ik dat de tocht daar ter plekke zou eindigen omdat mijn knie zo’n pijn deed, maar na wat gestrompel in de armen van Bruno stapte ik toch weer op de fiets. De wegenwerkers een eindje verder moeten gedacht hebben dat ik hen een stuk had geholpen, want mijn linkerkant zat helemaal onder de modder 🙂

Snel fietsen betekende dat we rond de middag al in Vlamertinge waren op een viertal kilometer van Ieper. Na daar een hapje te eten en een bezoekje te brengen aan de schoonpa in het rusthuis, wist dat zoetje van mij nog wel een andere weg naar huis.

Terwijl ik dacht dat hij enkel de lompe kasseien van het centrum wou mijden, nam hij me nog mee langs Elverdinge om dan langs een kanaal Ieper weer binnen te rijden.

Uiteindelijk stond de teller op meer dan 62km. Een schoon tochtje voorwaar!

Zo schoon dat ik van mezelf vond dat ik een siësta had verdiend (ik was al op van 4u15 omdat de dochter vroeg in Brugge moest zijn) Enfin, lang duurde die niet, een douche leek me een beter idee, slapen is immers geen quality time samen.

Het voorstel om de wagen te nemen en nog naar Watou te rijden vond bij mij direct bijval. Ik wou het dorp, waar er jaarlijks een kunstenfestival is, wel eens met eigen ogen aanschouwen.

Op een terras achter glas was het daar nog heerlijk toeven op het pleintje.

Weer terug in Ieper aten we nog een boterhammetje en wandelden we nog de stad in. Dat laatste is voor mij nooit een straf, ik blijf me immers op vakantie voelen daar.

Mooie plaats, mooie dag, lief lief.

Ik ben een gelukkige vrouw!

Advertenties

Ontlurkdag!

Daar gaan we weer.

Terwijl er eigenlijk andere berichten in de pijplijn zitten, kan ik deze Kliviaanse gewoonte niet laten passeren (het morgen doen zou een beetje belachelijk zijn nietwaar)

Waar gaat dit weeral over? Wel:

Een lurker is een persoon die op internetfora, chatrooms, blogs of Wiki’s alleen meeleest, maar zelf (bijna) niets bijdraagt. Binnen het lurken kent men een aantal groepen; de eerste is geheelonthouder, dat wil zeggen dat deze helemaal nooit iets toevoegt. De tweede is iemand die zelden iets bijdraagt, slechts af en toe dus, de derde is een persoon die wel in bepaalde nieuwsgroepen, chatrooms of forums iets bijdraagt maar in andere alleen lurkt. Wanneer een lurker plots echt gaat bijdragen na een tijd lurken noemt men dat ontlurken. Dit kan echter ook van tijdelijke aard zijn. Men kan na actieve periode ook weer in de lurkmode gaan.

Zelfde feit als vorig jaar, hier komen steeds meer mensen langs, maar het clubje (zéér gewaardeerde) reageerders is maar een fractie.

Wie bent u toch?

Ik sluit voor mijn eigen gemoedsrust mijn buren uit, weet dat er wel wat familie meeleest, maar die maken uiteraard maar een klein deel uit van de lezers.

Bent u Vlaming, Nederlander, van elders? Leest dat lief van vroeger hier eigenlijk nog?

Bent u hier op 19 april terecht gekomen via dit blog (dankjewel om mij links bij je lijst met blogs te plaatsen!) en gingen mijn statistieken daardoor zo door het plafond?

Hoeveel procent vrouwen/mannen? Sorry mannen, jullie gaan dat zo verliezen 🙂 Maar blijf komen uiteraard!

Enfin, ik maak het jullie gemakkelijk. Dit zou vandaag een voorbeeldreactie kunnen zijn:

Ik ben Eilish, 47 jaar, woon ergens op de boerenbuiten in Oost-Vlaanderen, ben mama, meestal een lief lief van mijn zonder boterbriefje man, hou van tuinieren, naaien en het huishouden zoveel mogelijk vermijden en ik ben hier op dit blog terecht gekomen door… (jouw schoon ogen, uit verveling, door iemand anders, …)

En net als vorig jaar:

Kom, kom, niet bang zijn, dat reactieluik bijt niet. Voor het geval u heel onbeleefd bent hou ik zelfs mijn spam-filter in de gaten.

Lief hé ?

 

 

Nattigheid

We voelen het allemaal in de vorm van water, hetwelk we door de dag heen consumeren op allerlei manieren.

Toen een tijdje geleden de brief kwam voor het doorgeven van de meterstand ben ik weer achterover gevallen van de hoeveelheid die hier uit de kraan loopt.

De toiletten worden nochtans gespoeld met regenwater, de was wordt gedaan van dezelfde tap en in de tuin en voor het poetsen wordt ook geen leidingwater gebruikt.

En toch verbruikten wij in het verlopen jaar 57000 liter leidingwater!

Als je bedenkt dat mijn huishouden grotendeels maar uit 2 personen bestaat, dan vind ik dat gigantisch veel!

Bij een terugblik op de vorige jaren (meteen een archief van 12 jaar ver eens uitgemest) dan zie ik dat ons verbruik gelukkig altijd maar in dalende lijn is (behalve een piek in 2011 toen de grasmat heraangelegd is en er niet genoeg regenwater was om te sproeien)

In vergelijking met het vorige jaar was er zelfs een daling van 5000 liter.

De grootste waterzonde is hier het vele douchen. Vroeger een half uur lang met de kraan open, nu zijn we gelukkig al zo slim om die kraan tussendoor dicht te draaien en er minder lang onder te staan.

Vraag is of een mens elke dag moet douchen?

Sedert een hele tijd drinken we ook kraantjeswater, maar dat weer afschaffen zou een nog grotere milieuzonde zijn wegens bergen plastiek flessen.

En ja, ik heb een vaatwasser en die mag niet weg! Er zijn nog altijd duusd andere activiteiten die leuker zijn dan afwassen.

Zegt u het mij eens, hoe kunnen we besparen? En wat is jullie verbruik zo per jaar?

Het was niet wat het leek

… in Mechelen gisteren met die parkeerplaats.

Gelukkig!

Zoals woorden uit hun context kunnen getrokken worden, zo kunnen foto’s ook voor een ander beeld zorgen. Enkel de signalisatie van de parkeerplaats was fout, links van de foto waren wel degelijk 3 gehandicapten plaatsen voorzien (allemaal bezet trouwens), compleet met een Lingier zoals Menck in de commentaren schreef.

Mechelen is schoon trouwens. Schoon zoals in: proper maar evengoed als in mooie stad, mooie gebouwen, gezellig zelfs.

Het lief en ik gingen er heen per trein, dat doen we ondertussen graag, koning auto is bij ons gedegradeerd naar lagere adel. Dat gaf me nog de kans om per fiets naar het station te gaan (+/- 6 km enkel) zodanig dat de km-teller van datzelfde voertuig gisterenavond 105km aangaf, wat ik niet zo slecht vind op 14 dagen tijd.

Een wandeling op mijn tablet moest ons de hoogtepunten van de stad tonen en een bezoek aan de Dossin kazerne, maar het mooie weer liet ons besluiten om het enkel bij wandelen te houden. Die kazerne zal immers niet weglopen.

We startten onze wandeling na een kop koffie in de kruidtuin, om via wat omwegen tegen de middag op de grote Markt aan te komen. Na een bistrootje te doen gingen we nog even de kathedraal binnen (de 526 trappen van de toren lieten we maar zo), verdwaalden we nog in het klein en groot begijnhof, passeerden we het Aartsbisschoppelijk Paleis (waarvan de tuin binnenkort voor het groot publiek open zal zijn) liepen we een eind langs de Dijle, snoepte dat lief van mij zijn obligaat ijsje, liepen we binnen in nog een kerk, …

Ik heb weinig beeld bewaard van deze dag wegens een bijna lege batterij van mijn smartphone, maar toch deze impressie:

fullsizeoutput_1eff

Of help mij

… om mijn wagen op te vouwen als u toch besluit om de parkeerplaats vrij te houden!

fullsizeoutput_1efb

Parking rond de Onze-Lieve-Vrouw-over-de-Dijlekerk – Mechelen

Ooit geblogd (7)

Zou het kunnen dat mijn inspiratie wat zoek is, of is het door de datum dat er twee ‘Ooit geblogd’-berichten op mekaar volgen?

Enfin, het is 18 april vandaag en mijn kleine broertje wordt vandaag 41!

Ik herhaal een bericht van 17/04/2011

***

Saved from being a bitch

Deze namiddag zijn we uitgenodigd voor een natje en een droogje n.a.v. de 35ste verjaardag van kleine broer.

Hoe konden ons moe en pa mij dat aandoen 😦

Bijna zeven jaar! was ik de ‘kakkernest’ (schoon Vlaamsch woord voor de jongste) van een gezin van vijf kinderen. En toen ‘moest’ ik nog een broer krijgen. Mijn ouders hadden net iets te enthousiast hun 17° huwelijksverjaardag gevierd op 19 juli.

De miserie begon al vóór zijn geboorte. Ik zie me nog zitten op vaders’ schoot en hij mij maar plagen dat hij hem ‘Tuurke’ ging noemen (zijn voorkeur voor het geslacht niet onder stoelen of banken stekend na 4 dochters en amper 1 zoon)

Tuurke, ik zag me dat al vertellen met beschaamde kaken in de klas…

En dan de dag van zijn geboorte. Het was Pasen en vader kwam ons wakker maken met de boodschap dat we een broertje hadden gekregen.

Mijn vragen voor hem waren niet: “Is’t een schoontje? Een braafke? 10 vingers, 10 teentjes? Waar is ons moeder?” (ik dateer nog uit een tijd dat kindjes uit de bloemkolen kwamen, wist ik veel dat moeders die in het ziekenhuis gingen kopen)

Wat kon mij die broer schelen nietwaar?

Nee hoor, mijn enige vraag was: “Is de paasklok geweest?” 🙂

Ondanks dat ik nog maar in het eerste leerjaar zat en ik nog niet lang kon tellen, weet ik nog dat ik dat jaar 24 paaseieren heb gevonden. En blijkbaar was ik in die tijd wel te paaien met zoetigheid (mijn molligheid was er toen niet vanzelf gekomen) want ik wou absoluut NIET naar de kraamkliniek naar ons moeder en die fameuse broer. Ze hebben me maar kunnen overtuigen met de boodschap dat ik daar doopsuiker zou krijgen. (Mijn 2 jaar oudere zus wou dolgraag haar broertje gaan bekijken maar die mocht niet mee wegens Rubella)

Verwend nest ik!

Met het verstand dat ik nu heb kan ik alleen maar zeggen: “merci broer dat je er gekomen bent!” Wat zou er anders karakterieel van mij terechtgekomen zijn?

Maar ik ben nog altijd een beetje kwaad dat jij in de lagere school een splinternieuwe (BMX)-fiets kreeg en ik heb moeten wachten op mijn eerste nieuwe fiets tot mijn negentiende 🙂

***