Whereabouts (3)

Laat ik het eens bij één plaats en één feit houden.

Gisteren reed ik op vraag van ’t lief naar het Ieperse. Niet Ieper-stad, maar naar Vlamertinge, de deelgemeente waar zijn vader in het rusthuis verblijft.

Ze gingen op uitstap met het rusthuis en er waren vrijwilligers nodig om rolstoelen te duwen. Nu was die uitstap niet ver, we gingen gewoon te voet een tweetal kilometer verder naar nog een ander gehucht, naar de Brandhoek nl (eens de thuis van ’t lief voordat ze in 1980 onteigend werden voor de aanleg van een expressweg daar, waarna hij een echte Ieperling werd) Het was daar kermis en er was een seniorennamiddag in een tent met live muziek (oude Vlaamsche liedjes), koffie en taart.

De gezondheid van mijn zonder-boterbriefke-schoonpa liet het toe dat hij ook kon meegaan (hij is dement, sommige dagen zit hij meer te slapen dan hij wakker is) Dus Bruno duwde hem naar het feestgebeuren, ik kreeg een nog schoon opgetoeterd ‘madamtje’ toegewezen.

Op het eerste zicht leek die nog erg goed te zijn. Ze kon nog stappen (maar werd voor ’t gemak gereden), praatte nog goed, zette ter plaatse nog een paar danspasjes, …

Dat ze onderweg zonder overdrijven wel 30 keer vroeg “van woar ziej hie madamtje” was het tweede zicht. Ze had dus een geheugen als een zeef. Hopelijk mankeerde er ook één en ander aan haar visuele capaciteiten want ze vroeg mij of ik ook in ’t rusthuis woonde 🙂

Ze vertelde ook dat zij 67 jaar was en dat ik er toch nog wel ‘wa joenger’ uitzag (oef !). Ze kon ook nog goed vertellen over ’t verleden. Dat ze vroeger te voet naar school ging van Vlamertinge naar Ieper (drie kwartier onderweg), dat ze kapster was geweest (koptjes mee luuzn, ai ai ai)

Wetende dat oudjes soms beter hun geboortejaar kennen dan hun leeftijd vroeg ik haar daarnaar. Bleek dat ze van 1926 was, ietsje ouder dan die 67 jaar dus 🙂

Het overgrote deel van de tijd was dat mens gewoon content. Zingen, dansen, mee in ’t feestgevoel. Maar soms had ze ook een kwaadheid in zich. Dat haar huis gesloten stond en dat ze toch nog graag eenmaal in de week ernaartoe zou willen, ondanks de heel goeie zorg in het rusthuis. Ook stond ze in de tent tig keer recht uit haar rolstoel omdat ze vond dat ze elders aan tafel moest zitten bij andere mensen. Ik kreeg prompt een ‘gestraft kind gevoel’ toen ze telkens door begeleiders weer in haar eigen stoel gezet werd. Ik voelde als het ware haar frustratie.

Bij Bruno zijn vader heb ik net zo een gevoel. Meestal kan je zijn blik niet peilen. Zijn ogen lijken vaak een bodemloze vijver waar gedachten na een seconde alweer in verdrinken. Hem de ene moment zien grijpen naar een denkbeeldig haar op tafel (kras in het tafelblad), het volgende moment een kruisteken zien slaan (applaus na een liedje, hij denkt plots dat hij in de mis zit) en later als ik prompt moet lachen die lach bij hem weerspiegeld zien, verwarren mij danig.

20160520_150042

Is dat nog leven voor zo iemand, gelukkig zijn zelfs ? Hoe waardig is leven als je amper nog verstaanbaar kan praten, als het kwijl uit je mond loopt, je gewassen en gekleed wordt,je niet meer kan stappen, niet meer zelfstandig je eten/drinken naar je mond brengt… ?

Natuurlijk geven we onze naasten niet graag af, maar als het aan mij ligt, dan sterf ik liever vijf jaar vroeger dan zo te moeten eindigen …

Advertenties

31 gedachtes over “Whereabouts (3)

  1. Ik snap je helemaal. Heb lang gewerkt bij dementerenden, en ook al zien sommigen van hen er best gelukkig uit, let wel, sommigen!, toch mag ik er ook niet aan denken…

  2. Waardig ouder worden: het is maar weinigen gegeven of gegund. Raar hoe men soms aan het leven vast klampt terwijl de kwaliteit van dat leven bedroevend is. Blijkbaar is dat toch een heel zwaar taboe dat nog altijd voor velen onbespreekbaar is. Als je zo goed als niets meer zelfstandig kan doen, dan lijkt het voor toch niet meer de moeite om nog verder te gaan. Wat ik ook nogal hypocriet vind: er zijn er die heel graag weer de doodstraf willen invoeren maar euthanasie blijft wel onaanvaardbaar. 😦

  3. ik ben blij dat mijn grootvaders (gestorven) weinig hebben afgezien. Mijn grootmoeders (83 en 98) wonen nog alletwee thuis met hulp van familie, familiehulp en het wit-gele kruis. Maar ik zou het vreselijk vinden om ze eventueel te zien aftakelen. Laat staan dat het dan nog eens mijn ouders zouden zijn!

    • Ik heb mijn ouders vroeg verloren (allebei vooraan de 70) en daardoor is ons/hen dementie gespaard gebleven. Ik zou het ook heel moeilijk hebben met zo een aftakeling.

  4. Ik deel je mening, maar het is en blijft een schemerzone denk ik.
    Ik hoop ook dat B en ik gezond oud mogen worden, maar mss is het maar goed dat we geen glazen bol hebben.
    Mooi stuk!!

  5. Me too… Weet je wat ik van dementeren het ergste vind? Als er decorumverlies optreedt. Zo plaste mijn opa de hele keuken onder. Ik kende een patiënt die verpleegsters in hun borsten en billen kneep. Vréselijk gedrag. Als die mensen konden weten hoe ze zich gedroegen, zouden ze zich kapot schamen. Zo mensonterend :((((

    • O ja ! Op dezelfde afdeling van de schoonpa zit een man die heel de tijd luid voor zich uit zit te praten. Welke vuilbekkerij dat die uitkraamt, je wil het niet weten…
      Soms is het zo erg dat ze hem eens afzonderen in het kantoortje van de verpleging.

  6. Al 4x mijn reactie verandert. Ik heb er heel veel ervaringen mee gehad met mijn vader. Hele mooie en hele slechte. Hij was grillig en moeilijk maar als je je in hem verdiepte en zijn demente logica begreep en er in mee kon gaan dan ging het prima. Lees erover bijv. de boeken van Huub Buijssen en er gaat een wereld aan (communicatie)mogelijkheden voor je open. Je begint als baby en eindigt ook weer zo en wie neemt een plassende en grijpende baby nu iets kwalijk. De schaamte zit in ons, maar zij hoeven zich niet te schamen. Ik idealiseer niks en hoop dat het mij en vele anderen bespaard blijft. Complimenten voor je vrijwilligerswerk en mooi geschreven o.a. over de herkenbaarheid van de frustratie.

    Groetjes,

    Dorothé

    • Ik weet dat zo niet of die veel waard zijn. Mocht ik in een helder moment in een bejaardenhuis zitten tussen andere dementen, ik zou meer dan paniekeren vrees ik. Of in het slechtste geval het kot afbreken.

  7. Ik vind dit momenteel een zeer pijnlijk onderwerp omdat ik het meemaak met mijn moeder. Het is zwaar om te zien en moeilijk te aanvaarden. Het heden is een warboel aan het worden. Het verleden is er nog. Mijn moeder geeft wel duidelijk aan dat ze niet naar een rustoord wil en dat ze nog zeer gehecht is aan het leven. Met thuiszorg, WGK en wij als mantelzorgers is het nog net te doen, maar ik vrees voor de winter die komt… Het houdt me hele dagen bezig, maar ik zie de oplossing niet. Het is moeilijk. Het is niet zomaar zwart of wit…Neen, ik heb dus ook geen pasklaar antwoord.
    Ondertussen wil ik niet dat iemand kinderachtig gaat praten tegen mijn moeder of doet of ze een beetje seniel is. Ze verdient nog steeds alle respect. Het respectloos omgaan met ouderen is een lelijke kwaal geworden. Ook dementerenden hebben hun heldere momenten. Dat moet toch pijnlijk zijn voor hen… en zeker als je je fysiek niet meer kan weren..

  8. Pingback: En toen waren we beiden wees | second part of my life

Wat ben ik blij dat u reageert !

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s