Achttuusd negenhonderd in tweeduizend

Omdat grote dochter haar dag doorbracht in De Singel in Antwerpen (dag georganiseerd door Jeugd en Muziek, de overkoepelende organisatie waar het orkest onder valt waar zij in speelt) en zij zomaar aannam dat moeder haar wel ging brengen, trommelde ik het lief op om met mij naar ’t stad te gaan.

Veel overtuigingskracht had ik daarvoor niet nodig, wij verbreden graag eens onze horizonten, het moet niet altijd Gent, Brugge, Kortrijk of Ieper zijn.  De Piepedol dacht dat trouwens ook, want die spendeerde gisteren dag 3 in Londen.

Met de wagen naar een stad gaan, dat zorgt bij mij altijd voor voorbereiding, ik moet weten waar te parkeren of ik start mijn kar niet.  Dichtbij de Singel moet een park&ride-parking zijn, maar die bleken we niet nodig te hebben, vermits je daar gewoon voor de deur gratis mag parkeren.

Een 50m verder te voet was er een tramhalte. Een SMS-ticket en een 5-tal haltes verder stapten we uit onder het Centraal Station.  In plaats van direct naar buiten te gaan bekeken we toch maar eerst de indrukwekkende stationshal, ik blijf die wondermooi vinden.

Een stad bezoeken, al goed en wel, maar koud dat het gisteren was, en dan nog regen daarbovenop.  Het deed ons besluiten na eerst een bakje troost genomen te hebben om naar het Rubenshuis te gaan voor de tentoonstelling ‘Rubens privé’

Even vreesden we dat we er niet zouden binnen geraken, maar het relatief vroege uur waarop we in Antwerpen waren maakte dat we niet zo heel lang moesten wachten eer we aan een ticket geraakten (tegen dat we op de middag buitenkwamen stond de rij met wachtenden meters ver in de straat)

En kijk, dit was nog eens een goeie manier om de regen en de kou te ontvluchten ! Het Rubenshuis als gebouw op zich, de permanente collectie, wat meubilair, en dan de tijdelijke expo, een mens moet zoiets gezien hebben vind ik !

permanente collectie

permanente collectie

één van Rubens' kinderen

één van Rubens’ kinderen

Eens weer buiten doken we nog een boekhandel of twee in, ik geef mezelf een medaille om niets te kopen, het liefst van al zou ik geladen met boeken de deur weer uit gaan.

Maar toen was het eerder tijd om iets in onze maag te laden, we hadden immers al vroeg ontbeten. Een filet-pur met lekkere groentjes en friet verder, zetten we onze weg verder richting kathedraal en stadhuis.  Betalen voor de kathedraal helemaal te bezichtigen deden we niet, sedert we al die rijkelijk versierde exemplaren in Spanje gezien hebben, kan niets in België daar nog aan tippen.

Als Antwerpen-leek wist ik niet dat alles zo dichtbij is daar, immers van bij de kathedraal ben je zo bij het stadhuis.  Daar hadden we ook nog een meevaller, want het gebouw bestaat dit jaar 450 jaar, en dat wordt daar gevierd met een (gratis, maar je moet je wel aanmelden) tentoonstelling.  Na die gezien te hebben mochten we ook nog de statige trappen nemen naar het ‘schoon verdiep’ waar zelfs een pop-up café/tea room gevestigd is.  Ik moet zeggen dat er slechtere plaatsen zijn om een koffie te gaan nuttigen, goedkopere waarschijnlijk ook 🙂

Het verbaasde me ook immens dat het stadhuis zo een open huis was, in tijden waar op andere plaatsen nog steeds militairen in de straat te zien zijn.

Dat de schelde ook zo dichtbij het centrum stroomt wist ik ook al niet (ik en aardrijkskunde, het zal nooit een love-story worden vrees ik) dus maakten we ook nog een wandelingetje langs de kaaien.  Immo-liefhebbers als we zijn zagen we daar ook wel wat appartementen die we graag de onze hadden genoemd (na een Lotto-winst)

Op de terugweg naar het station plezierden we nog tweemaal de horeca (eenmaal wegens hoge nood aan een sanitaire stop, en eenmaal omdat we nog tijd en goesting hadden) Mezelf op een nieuwe jurk trakteren (voor een huwelijk later op het jaar) lukte niet meer.  Ik doe mijn lief nu eenmaal geen plezier met winkelen, en toen ik de wachtrijen zag aan de kassa’s had ik er zelf al geen zin meer in.

Even comfortabel als in de heenweg lieten we ons terugrijden naar onze wagen, en na de dochter weer opgepikt te hebben konden we terug naar huis.

Nu nog de titel van dit stuk verklaren : bij het Rubenshuis en stadhuis moesten we onze postcode doorgeven voor de statistieken.  Ik kreeg niet de kans om de eerste 9 van mijn postcode uit te spreken (laat staan de tweede), het lief was me altijd voor om heel trots op zijn stad en in zijn taal (onverbeterlijk die West-Vlamingen) 8900 te zeggen, waarop er in het stadhuis nog een wablieft volgde, want daar hadden ze blijkbaar ondertiteling nodig … 🙂

Advertenties

17 gedachtes over “Achttuusd negenhonderd in tweeduizend

  1. Ik moet voor het werk elke dag naar de koekestad, en vrijwillig ga ik er nooit.
    Leuk dat je me er aan herinnert dat er ook leuke dingen zijn te vinden in’t stad (ipv professionele kom-kommer en kwel)

    Je kan je ook op linkeroever parkeren, en de voetgangerstunnel nemen, dan kom je recht in een winkelstraatje uit, waar ook een zalige boekenwinkel is 😉
    Maar wellicht wist je dat al?

  2. Die tijdelijke tentoonstelling staat bij ons nog op het lijstje, ze moet de moeite zijn blijkbaar. Westvlaams is nu ook weer niet zo moeilijk behalve als je er teveel bij mekaar zet.. dan zijn ondertitels nodig 🙂

  3. Damn, ik ben vroeger zo vaak in Antwerpen geweest, maar dat Rubenshuis, daar liep ik gewoon straal voorbij. Misschien toch onterecht.
    Toen wij nog niet samenwoonden zei ik altijd keitrots de postcode van mijn stad. Sinds ik niet meer in mijn stad (Leuven dus) woon, wonen we ook samen en is het nummer hetzelfde. Maar hij moest niet met zijn gemeente aankomen dus, ha, elleboogstoot en ikke eerst 😉

Wat ben ik blij dat u reageert !

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s