Blaffeturen

Als je graag schrijft, dan is de voorwaarde allicht dat je van taal moet houden.  Niet alleen de ‘gekuiste’ versie, maar integendeel heel breed gaan.

De laatste tijd (nostalgie door het ouder worden ?) ben ik nogal bezig met de teloorgang van dialecten.  Ik heb er zelf naarstig aan meegeholpen, want mijn kinderen spreken noch het dialect van de echtgenoot (het dorp waar we wonen) noch mijn dialect.

In mijn verste memorie zit het moment dat ik voor het eerst naar de kleuterschool moest, en het feit dat die juf zo vreemd praatte.  Ik met mijn A.P.M. (algemeen plat Maldegems) begreep dat wel, maar dat spreken bleef achter.  Dat heb ik zo heel mijn lagere schooltijd ervaren.  Bijna niemand op de speelplaats sprak Algemeen Nederlands, enkel in de klas spraken we ‘op letter’, dus ik bleef het gevoel hebben dat ik het nog steeds niet kon en dat maakte me best onzeker.

Toen ik in het tweede middelbaar eens stond te wachten aan het bureau van de directrice, stelde een passerende leerkracht mij een vraag, waarop ik duidelijk niet slecht had geantwoord, want die vrouw zei prompt : “wat spreek jij keurig”

De hoera-stemming die zij me toen heeft bezorgd, het mens heeft het nooit geweten.  Het was zoiets van EINDELIJK ! Ik kan het !

Dat is dus de reden waarom ik mijn kinderen niet in het dialect heb opgevoed.  Ik wou eerst dat ze juist leerden praten en was zo naïef om te denken dat ze dan achteraf nog wel dialect gingen leren.

Niet dus 😦

En zo gaat veel taal verloren.

Gelukkig zijn ze aan de U-Gent al jaren bezig met dialecten te verzamelen.

Hier kan je online een vragenlijstje invullen met je eigen dialect.  Er staan telkens foto’s of omschrijvingen waar jij dan jouw dialectwoord moet bijplaatsen, ik heb het daarnet ook maar eens ingevuld, misschien moeten we dat wel met ons allen doen voor de rijkdom van onze dialecten helemaal verloren gaat. Het eerste woord is in mijn dialect ‘Blaffetuur’ ik heb zelfs een bleekblauw vermoeden dat de bewuste luiken (= blaffeturen) in mijn eigenste dorp op foto gezet zijn.

Dat taal steeds in beweging blijft, daar kreeg ik vandaag ook nog een voorbeeld van.  Toen de Piepedol het vandaag over schimmelen had, hoorde ik het in Keulen donderen.

Schimmelen dus, zoals in op straat rondhangen, lummelen.

Pfff, konden ze nu echt geen mooier woord bedenken ?

 

Advertenties

19 gedachtes over “Blaffeturen

  1. ‘Lummelen’ is bij ons dan weer ‘lanterfanten’. 😀
    Tegen madam Menck en in familie-/vriendenkring hanteer ik het Brugse dialect. Maar in de meeste andere situaties bezig ik het AN. (Ik werk ruim de helft van de week niet in eigen provincie, vandaar.) De meesten beseffen niet eens dat ik een West-Vlaming ben. En yep, op zo’n momenten ben ik daar best wel een beetje fier op.

    Tof initiatief, die vragenlijst. Ik ga hem ook eens invullen.

  2. Als kind van ouders die niet uit dezelfde streek afkomstig zijn, kennen we eigenlijk geen dialect. Dialect is OK, zolang als mensen maar correct Nederlands kunnen praten. Voor sommige mensen is dat erg moeilijk.

    • Ik vind het vooral in het bedrijfsleven niet kunnen dat mensen veronderstellen dat je hun dialect begrijpt. Een ‘joat wi madamtje’ horen als je met een personeelsdienst aan de lijn hangt bvb, mijn lief zal me daar ook raar om bekijken, maar ik vind dat daar niet op zijn plaats.

  3. Ik pas mij aan, soms ten treure, zelfs met een Hollander spreek ik vloeiend Hollands, geen kat die het hoort dat ik Vlaming ben. Maar mijn Westvlaams, dat is mijn keppekindje, dat leer je mij niet af. Ik kan wel meteen overschakelen van het platste Brugsch naar het mooiste A.N. voor op de radio. Tien jaar radio maken heeft daar wel aan bijgedragen.

  4. Ik vind het Antwerps dialect lelijk,….en ik kan het niet helemaal wegsteken jammer maar helaas,……mss toch eens logopedie overwegen,…….en ik ben er ook niet in geslaagd om het dialect uit mijn zoon te halen, hoewel hij niet in het dialect is opgevoed.

  5. Het is je misschien ooit al eens opgevallen dat mijn man en ik onderling een sappig taaltje bezigen. Ik heb van mijn ‘platte’ opvoeding geen trauma’s noch een taalachterstand overgehouden. Integendeel, als kind werd ik geprezen voor mijn grote vocabulaire. Dat ik destijds 10 boeken per week verslond, zal daar wellicht mee te maken hebben. We hebben onze kinderen bewust in het dialect opgevoed om de taal niet verloren te doen gaan. Helaas pindakaas. Arte heeft het nog gesproken tot haar zesde en toen was het om zeep.Leve de lagere school! Tia heeft het nooit willen spreken, dankzij de onthaalmoeder die geen plat woord over haar lippen kon krijgen tegen een peuter. We blijven echter dialect spreken, ook al antwoorden ze in algemeen Nederlands. Wat ik maar wou zeggen: je hoeft je maar een klein beetje schuldig te voelen 🙂 Mogelijks had het niks afgedaan.

    • Die grote vocabulaire had ik vroeger ook wel hoor (op mijn elfde ben ik vervroegd naar de volwassenenbib gestuurd, ik had nl alles al gelezen in de kinderbib), maar dat mooi praten kon ik niet.

  6. Wij praten West-Vlaams tegen elkaar, maar tegen onze zoon A.N., toch begrijpt hij ons perfect. Ik begin nogal vlug West-Vlaams te spreken als ik in een A.N.-gesprek mijn geduld verlies 🙂

  7. Mijn ouders hebben mij ook in het AN opgevoed… Vreselijk vond ik dat, achteraf gezien! Ik had zo graag vloeiend Leives gekunnen… Heel jammer hoe, als de generatie van de mensen die nu vijftig zijn zijn overleden, vele dialecten met hen zullen uitsterven.

Wat ben ik blij dat u reageert !

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s