En dan de reis zelf (bis)

Dag 5 & 6 : die kunnen we onder 1 noemer zetten.  We gaven de dochters waar ze anders de hele reis verder zouden over zagen : zon – zee en strand.  Niet zomaar een strand weliswaar, we waren namelijk in Ribadeo waar je bij eb de mooie ‘kathedraalrotsen’ kunt aanschouwen, wat we de eerste dag ’s avonds dan ook uitgebreid deden.  ’s Morgens waren we nog een boottochtje gaan doen rond de haven vlakbij ons hotel, van zon, zee en strand alleen kunnen wij nl niet leven.  Dag 2 daar reden we nog eens dezelfde kustlijn af om nog meer natuurschoon te bewonderen en deden de meiden nogmaals van ‘nat worden in zee’, zijnde de ene helemaal, en de andere tot aan haar billen.  Mijn Piepedolleke slaagde erin om Bruno’s pet kwijt te raken tijdens het golvenspringen, wat ze beteuterd kwam zeggen bij ons op het terras, om dan in de namiddag giechelend nog eens tot bij ons te komen met de boodschap dat ze, toen de zee weer opkwam, met veel heksentoeren de pet weer had kunnen opvissen.  Ze was enkel een beetje gekrompen …

Dag 7 : deed ons weer naar het binnenland rijden, en ook een stukje de Camino doen in omgekeerde richting. Ponferrada was de ietwat grotere stad die we aandeden.  We bezochten het 11°eeuws kasteel en de kerk, waar we niet naast alle goud konden kijken.  Buiten die kerk deden we ook nog een babbel met een vrouw uit Loppem, die net als Bruno eerder, op weg was met de fiets naar Compostela.

Later op de dag trokken we helemaal de bergen in en passeerden we o.a. voorbij Cruz de ferro een plaats waar de passanten ‘iets’ achterlaten.  Dat iets varieerde nogal in aard en grootte : stenen, al dan niet beschilderd, brieven, foto’s, ordinair vuilnis.  Nu stelde ik me bij dat kruis een (zoals de naam zegt) groot ijzeren kruis voor, eerder teleurstellend was het een klein kruisje op een houten paal.  Op de Camino-route zitten betekende ook smalle wegen met mooie uitzichten, pittoreske dorpjes waar de tijd heeft stilgestaan en die leven van de Camino.

Uiteindelijk eindigde de dag in Astorga, waar we enkel naar het centrum gingen om een lekkere paëlla te gaan eten, alweer op een mooi plein (bij het even mooie stadhuis), op weg daar naartoe zagen we ook nog Romeinse mozaïeken van de 2° eeuw voor Christus.  En trouwens, er liepen daar nog Romeinen in de straten ook (mannen in ‘jurken’ dus, met sandalen) want er waren Romeinse feesten aan de gang.  Astorga is ook een plaats waar Gaudi zijn stempel op heeft gedrukt, want daar staat ook een kasteel van zijn hand.

Dag 8 : ’s Morgens was de eerste stop in Hospital de Órbigo waar een lange Romeinse brug in eer werd hersteld.  Daarna reden we naar Frómista waar ons alweer stukken geschiedenis wachtten : twee kerken nl, de Romaanse van de twee is Unesco werelderfgoed.  Na daar nog een middagmaal te hebben genuttigd reden we door naar Burgos waar we de warmste uren van de dag in de Kathedraal doorbrachten.  Echt een parel is dat, je hebt ogen tekort om al het moois in je op te nemen. In het gedeelte waar nog vieringen in worden gedaan werd net een huwelijk voltrokken, duidelijk van mensen die niets gewaar worden van de crisis in Spanje. We gaven alweer onze ogen de kost, maar dit maal om alle mooie jurken van de dames te aanschouwen.  Bij navraag in het hotel ’s avonds werd mijn vermoeden dat niet iedereen zomaar in de kathedraal kan trouwen, door de hoteleigenaar bevestigd.  Je moet al van goede huize zijn om dat te mogen.

Dag 9 : is al onze laatste dag in Spanje.  We gunnen de meiden nog wat shoppingtijd in de voormiddag om daarna de terugweg aan te vatten tot de Franse grens.  Vooraleer die over te steken stoppen we toch nog even in San Sebastian, ik wil immer zoooo graag nog wat Spaans spreken, want dat ging me al stukken beter af dan twee jaar geleden in Lloret de Mar.

Het was de bedoeling om net over de grens in Bayonne te overnachten, maar dat was buiten de Baskische feesten gerekend die daar doorgingen, we vonden dus geen hotel.  Maar geen nood (hoewel, bij mij wel, ik heb er een hekel aan om niet vooraf een hotel te hebben geregeld, dat heeft de arme Bruno serieus aan mijn humeur gemerkt) mijn lief deed me van plaats naar plaats rijden, we zouden wel wat tegenkomen.  Hoe meer we het deksel op de neus kregen, hoe ‘liever’ ik werd (wanneer is die menopauze nu eindelijk voorbij, ik zie mezelf zelfs niet graag op zo een momenten) Maar kijk, ik had niet moeten panikeren, we belandden in een meer dan mooi hôtel de charme in de Landes.

Dag 10 en 11 : doen we nog een klein beetje van ‘toerist zijn’, maar eigenlijk zijn we gewoon op weg naar huis.  We overnachten nog in Chatellerault (die moet ik hier zeker vermelden, om het nooit meer te doen, zijnde slapen in een Première Classe hotel, want de naam dekt helaas de lading van het gebouw niet) en in Beauvais waar we al op een uurtje of twee van Ieper zijn.

Ik kan deze reis samenvatten als zijnde lastig (veel rijden) maar we hebben vooral heel veel gezien en genoten van natuur en cultuur.

Jullie als lezers zullen misschien aan deze verhalen geen boodschap hebben, maar dit blog is voor mij ook een geheugensteun, ik durf nl wel eens namen van steden vergeten of door elkaar halen, en hier heb ik alles eens mooi op een rij kunnen zetten.

Advertenties

Een gedachte over “En dan de reis zelf (bis)

Wat ben ik blij dat u reageert !

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s