Het leven is…

IMG_20170921_150855.jpg

Maar soms toch even wel.

(Fietsen van thuis naar Gent op Car Free Day)

Advertenties

Ik (krijg) kreeg het even allemaal niet geschreven

… en daarom is het hier ook al een tijdje stil.

En toch zou ik een boek kunnen vullen met wat er allemaal in mijn hoofd rondspookt (geen idee wie het zou lezen, maar ik zou het ‘kwijt’ zijn)

Er is door de jaren heen een besef gegroeid over het verhaal van en met de echtgenoot dat veel genuanceerder is dan hetgeen ons werd aangedaan (huiselijk geweld zowel fysiek als emotioneel)

Eigenlijk ben ik de laatste maanden al te vaak depri geweest en deze week kwam dat nog eens naar boven toen er wat dozen van de zolder kwamen na een grote kuis daar. Er waren immers nog meer foto’s te vinden dan ik eind 2015 vermoedde.

De jeugd van de echtgenoot in beeld, van in zijn moeders’ kraambed zeg maar. Mooie beelden van een jong chique stel met hun eersteling. Maar ook de schoonma met haar kind op schoot dat al een paar maanden ouder was, op een formica stoeltje gezeten in de crèche waar ze eenmaal in de week naartoe ging.

De echtgenoot is immers de eerste zes maanden niet thuis geweest. Zijn eerste lachjes zullen voor een kinderverzorgster geweest zijn, de zaak had voorrang op alles 😦

Niet moeilijk dus om te achterhalen waar zijn immense verlatingsangst vandaan kwam. Volgens mij is daar het fundament gelegd van de persoon die hij later zou worden.

Toen ik hem leerde kennen was ik op z’n minst gezegd overdonderd. Ik was op meer dan dat ene vlak maagdelijk te noemen. Wat wist ik eigenlijk van de wereld? Ver buiten mijn eigen gemeente was ik nooit gegaan. Ik stopte na een trimester hogeschool met studeren dus een studentenleven was er ook niet geweest.

En hij trok mijn wereld open en ik wilde niet liever dan daarin meegaan.

Humor, muziek, film, cultuur, geschiedenis, oog voor detail en voor schoonheid in de natuur, een uitgebreidere woordenschat zelfs en ik zou daar nog veel dingen aan kunnen toevoegen. Er was weinig waar hij niets van af wist.

Maar hij was een gehavend persoon met een verleden. Een verleden van steeds naar liefde en goedkeuring hengelen en die nooit krijgen. Een verleden van zich (letterlijk) uit een situatie vechten (het duurbetaalde internaat dat bij de standing hoorde maar waar hij, een veel te gevoelig kind, diep ongelukkig was) en van school gestuurd worden. Een verleden met vluchten in drugs en drank en zelfs een bijna ultieme vlucht.

En toen kwam ik in beeld en hij vleide zich in de warmte die mijn thuisbasis bood. Dat had hij thuis nooit gekend. Tegelijk vleide ik me ook in zijn liefde, want hoe kwaad ik ook op hem mag zijn, die was er wel degelijk.

Dat die liefde zeer verstikkend was zag ik niet in. Het begon immers met beschermen en naïef als ik was zag ik niet dat het over-beschermend was (dat laatste was hij later ook voor de kinderen, op een verstikkende manier) En toen ik dat uiteindelijk wel zag zat ik al gevangen als in een web. Ziekelijk jaloers was hij (verlatingsangst weet je wel). Een eigen vriendenkring had ik dus niet meer. Ik was enkel nog op de eerste plaats zijn vrouw, dan pas moeder en op de achtergrond nog dochter, zus en werkneemster, méér stelde ik als persoon niet meer voor.

Het feit dat ik een pleaser ben (nog altijd, ik wil altijd goed doen voor anderen) hielp aan deze situatie natuurlijk niet. Steeds meer werd de grens verlegd ten nadele van mij. Ik durfde mijn mening amper nog verkondigen.

Dat hij op en af depressief was, neuroses kreeg en daardoor steeds meer in de drank vluchtte deed daar uiteraard ook geen goed aan. Hij was een man met de grootste ideeën, maar kreeg ze niet gerealiseerd door o.a. smetvrees. Hij heeft letterlijk zijn verstand verdronken waardoor hij uiteindelijk zijn vat op de werkelijkheid verloor en steeds meer spoken zag die er niet waren.

Mijn familie was niet meer goed, want in zijn ogen jaloers op ons, een man die naar mij keek, daar had ik uiteraard al mee in bed gelegen, hij regelde de financiën (want het geld kwam toch van zijn kant nietwaar en ik zou maar eens een potje moeten aanleggen om te vertrekken) waardoor ik bvb. moest onderhandelen over het kopen van een paar sandalen voor de kroost. Dat zijn drankzucht sloten kostte besefte hij waarschijnlijk wel maar dat was een detail.

En dat allemaal spookte vorige week door mijn hoofd toen ik aan het bladeren was in het fotoboek van onze huwelijksreis (ik was zelfs vergeten dat daar een boek van was) Foto’s waar hij beschermend zijn arm rond mijn schouder legde sneden door mijn ziel.

Diep vanbinnen zit er bij mij nog een immens verdriet. Verdriet om wat kon geweest zijn mocht hij niet zo gehavend geweest zijn. Verdriet ook om het feit dat ik heb laten gebeuren.

Het wat-als-scenario van mocht ik dat anders gedaan hebben spookt nog vaak door mijn hoofd.

Begrijp me niet verkeerd, ik praat hier niets goed van wat hij ons heeft aangedaan. Dat was narcistisch en blijft onvergefelijk, maar er is een context vanwaar het komt.

Daarom ook dat ik op een rare manier in duusd stukjes brak toen het over mijn tuin ging. De jongste wist niet wat ze zag toen ik plots in tranen uitbarstte.

De onzekerheid over wel of niet dit huis ooit achterlaten is soms tonnen zwaar. De laatste tijd heb ik er zwaar de kantjes vanaf gelopen met kamers die niet opgeruimd geraken, met blijven twijfelen of ik al dan niet een grote (financiële) ingreep doe in mijn tuin, …

En dat komt allemaal omdat het verleden ooit veelbelovend was. Ik verbeeld me dat niet. Twee mensen hebben mekaar ooit graag gezien.

Maar dat is even anders uitgedraaid.

Rouwen om dat verdriet heb ik altijd voor me uitgeschoven, ik moest immers kwaad zijn. Om mijn jonge lijf in gele bikini, getuige de foto’s jonge jaren die voorgoed voorbij zijn, om de schuld die ik voel tegenover de kinderen om wat hen is aangedaan, …

Ik kreeg mijn verleden vorige week bij wijze van foto’s letterlijk nog eens voorgeschoteld en verdorie dat deed doet pijn!

 

Het alfabet van het leven (5)

Alweer, zie B

Begrafenis: Twee weken op rij op zaterdag. Eerst tante, gisteren leeftijdsgenoot van de echtgenoot (53). Kutkankers!

Clean House: Een eeuwig doel, maar ik ben altijd net iets te lui om het volledig goed te doen. Er is nu een zolderopruimproject met een deadline. Er komt nl. een nichtje dat tijdelijk elders gaat wonen tijdens bouwwerken wat meubilair stockeren hier.

DIY: Een klosjeshouder voor mijn naaikamer.

Erg gemakkelijk: het tweede jaar Frans in het volwassenenonderwijs waar ik ingestapt ben. Ik babbel ze daar (voorlopig) nog allemaal naar huis 🙂

Fruitpluk: Grote dochter en ik plukten vandaag nashiperen en kweeperen. Van die laatste geen 60kg zoals vorig jaar, het zijn er maar een stuk of 15 (peren, geen kg)

Groensels: Graag en veel, zoals vandaag met opgevulde ronde courgettes met nog veel naast.

fullsizeoutput_2591

Haag: Die moet gesnoeid worden, alleen is de man die dat altijd deed sedert december ook wijlen. Nu moet de neef van Bruno (zelfstandig tuinier) hier nog geraken.

Insomnia: Zoals in de dagelijkse hoeveelheid slaap maar halen in een dag of drie 😦

Job: De oudste in Leuven, en daardoor drong de letter K zich op. Ik word oud, een werkend kind hebben…

Kotverhuis: Woensdag de kamer in Gent leeghalen en opkuisen, donderdag ongeveer die inhoud verhuizen naar Heverlee.

Latte Macchiato: Ik dronk er één van de meest vieze soort in Leuven. Ik was even vergeten dat ik met dochterlief in een vegan eethuis zat. De melk in de koffie was dus plantaardig (geen idee welke) en mierzoet.

Muziek: Er klinkt weer viool in huis. Zomaar, voor het plezier.

Naaikamer: Ook in het kader van C. Ik ruimde hem op (nog niet helemaal klaar) en zette al het meubilair anders.

Ontsappen: druiven, appels, peren en dat sap mengen met ingevroren kweepeersap van vorig jaar. Onze eigen bio-sapjes maken dus.

Proper kippenhok: oudste heeft er haar missie van gemaakt om het elke week uit te mesten en schoon te spuiten. Benieuwd hoelang ze dat gaat volhouden.

Quatre quart-cake: Gemaakt vanmiddag, altijd goed. De vegan versie was ook goed maar het uitzicht liet te wensen over. De jongste vond dat ik er de award voor lelijkste gebak voor verdiende.

Room with a view: de dochter haar verblijf. Schoon é Menck?

fullsizeoutput_258f

Stage: De jongste heeft de hele maand stage. Als laatstejaars mogen ze ook in ploegendienst werken. Vanaf morgen ‘mag’ ik om 5u20 mijn bed uit (ze moet gebracht worden). Straks lost de letter I zichzelf nog op…

Terug: Bruno van reis, een paar weken te vroeg. De reden is te zot voor woorden. Véél te plichtsbewust dat mannetje van mij! Maar de tijd dat hij weg was heeft hij toch veel moois gezien. En de Mont Ventoux beklommen! Hij is er nog niet goed van 🙂

Uiteraard ben ik blij met de letter T, maar ik had hem meer tijd gegund natuurlijk.

Verjaardag: de tachtigste van mijn schoonmoeder. Die werd niet in mijn huis gevierd zoals twee jaar geleden voor mijn schoonvader. Logisch, ik was zelfs niet uitgenodigd (de dochters wel). Vieren was ook niet echt het woord. Schoonma is zodanig zwak dat ze niet meer op haar benen kan staan (zware slikproblemen, eet waarschijnlijk amper). Incontinent is ze ook, maar dat wordt door de schoonpa vakkundig opgelost door haar twee onderbroekjes boven elkaar aan te trekken. Mensonterende toestanden daar. Hun dochter maakt zich kwaad genoeg, maar de oudjes weten het allemaal véél beter. En nu hebben alle genodigden dat allemaal met eigen ogen kunnen aanschouwen. Ik weet waarover ze gaan babbelen in ’t dorp de komende weken!

Warm water: dat wordt hier tegenwoordig met elektriciteit gemaakt (overproductie zonnepanelen opgebruiken) De al wat bejaard wordende stookolieketel kan op die manier in de zomer volledig afgezet worden.

X-aantal zaken vermijden in het huishouden: daar zou ik pas een award voor verdienen. M.a.w. de ramen zijn weer al maanden niet meer schoongemaakt.

YOLO: nog meer mijn motto na het afscheid van gisteren. Het kan zomaar eens gedaan zijn.

Zorgen: om de schoonmoeder, ondanks alles wat ik met haar heb meegemaakt. Mensen zijn geen beesten die in hun vuil moeten vergaan.

Meer ABC?

HIER en HIER en HIER en HIER.

Mensen zonder economische waarde

Vandaag was de begrafenis van Tante Loffie. Heel traditioneel met een dienst in de kerk. Hoewel ik helemaal geen pilaarbijter ben (al school het vandaag niet veel, want ik plakte zowat tegen ene in de kerk) en al lang niet meer kerkelijk en gelovig ben, kreeg de pastoor me toch mee in zijn preek.

Uiteraard doet die man vaak diensten voor mensen die gezorgd hebben in het leven (voor hun kinderen, ouders,…) maar deze dienst was dus voor een persoon die heel haar leven verzorgd is geweest, logisch ze was een kind in een volwassen lichaam.

Hij legde dan ook de nadruk over het belang van mensen die zorgen voor anderen. Dat God kinderen op de wereld bracht die zorg nodig hadden om mensen zorgend te maken vond ik net een brug te ver. Die God zit daar voor weinig tussen denk ik (maar wie dat wil geloven mag dat wel van mij)

Hij noemde tante ook een ‘mens zonder economische waarde’, helemaal waar, ze bracht immers niets op. Integendeel zelfs, ze kostte enkel maar. Dat is als je enkel geld als waardevol ziet natuurlijk.

Een maatschappij die enkel denkt aan economische waarde is een koude maatschappij. Je mag nog extra bijbetalen voor de gasrekening, zeker weten dat je hart daar niet warmer van wordt!

Het besluit van één van mijn nonkels (voogd van tante Loffie) op het kerkhof was in mijn ogen het juiste. Ze heeft een zorgeloos leven gehad en is rustig uitgedoofd.

Voor al diegenen die er ooit waren voor haar zal dat wel het enige zijn dat telt.

fullsizeoutput_2574

Ik doe even van ‘Moeders koekjestrommel’  met dit inkijkje in het grote gezin: Moeder, vader en 12 van hun 13 kinderen (allemaal op 17 jaar tijd ‘gekocht’ – tweelingbroertje van mijn vader stierf tijdens de babytijd) Tante Loffie (links zittend), haar zus boven haar, mijn grootouders, mijn vader in het midden en de broer helemaal rechts zijn er al niet meer. De overblijvers zijn tussen de 69 en 86 jaar oud.

Tante Loffie**

Ik neem u even mee naar 1978. Het jaar dat mijn beider oma’s stierven op een maand tijd, het jaar dat er in ons gezin een speciaal ‘kind’ bijkwam.

Ons gezin telde toen al 8 personen: moeder, vader, zes kinderen tussen 2 en 19 jaar.

Mijn vader waakte dagen aan een stuk ’s nachts bij zijn stervende moeder en op één van die nachten beloofde hij haar om voor zijn zus te zorgen. Zijn zus, een vrouw van dezelfde leeftijd van mijn moeder maar met een mentale leeftijd van 3 jaar.

Zijn belofte was niet doorgesproken met mijn moeder, zowat het enige wat ik mijn vader ooit kwalijk heb genomen.

U kan nu wel zeggen dat voor een mondje méér koken in zo’n groot gezin niet zoveel inhoudt, dat is waar, maar dat was natuurlijk niet het enige.

Onze woning was nl. maar een halfopen bebouwing met slechts drie slaapkamers. Logistiek was daar dus een redelijk probleem. Voor tante kwam sliepen wij al met vijf op een kamer. Twee tweepersoonsbedden met vier zussen, een kinderbedje van onze kleine broer en een bureautje pasten allemaal op die ene kamer. En daar moest tante dan nog bij (bij mijn oudste broer slapen was nu eenmaal geen optie).

Ik herinner me de eerste nacht van met drie in bed nog als was het gisteren. Ik lag in het midden en heb geen oog dicht gedaan. Verdrietig, kwaad op tante, kwaad op mijn vader en vooral denkend dat ik nooit in mijn leven nog zou kunnen slapen (als je negen jaar bent relativeer je immers nog niet veel)

Nu duurde dat drie-in-bed-verhaal maar een jaar, grote zus was het jaar daarop plots haastig om te trouwen en verliet het huis.

Achteraf bekeken was het logistieke ook maar een minder probleem. Veel moeilijker was het feit dat onze moeder allesbehalve goed omging met de situatie. Onze ouders hebben mekaar altijd heel graag gezien, maar als ze al eens woorden hadden dan ging het over tante. Ergens was er bij mijn moeder een vorm van jalousie, alsof ons vader haar minder liefde kon geven nu hij een extra ‘kind’ in huis had.

En toch was tante een volwaardig lid van het gezin. Ze ging mee op elke uitstap/reis, werd meegevraagd naar familiefeesten, ging in de suite op alle huwelijken uit ons gezin…

Doordeweeks ging ze overdag naar een dagcentrum, maar altijd was er iemand thuis tegen dat ze teruggebracht werd. In de zomer passeerde ze haar tijd al wandelend in de tuin met een draagbare radio die zelden zuivere muziek speelde omdat ze altijd aan de knopjes zat te draaien (en als hij al eens dienst weigerde gaf ze er nog een goeie klop op ook), ’s winters breide ze hele lappen met veel vallende steken want ze had een scheel oog en zag bijgevolg niet goed. Als je haar vroeg wat ze breide zei ze altijd “ne sal” (=een sjaal, ze sprak ook gebrekkig)

Toen er kleinkinderen kwamen speelde ze met de kleintjes en dat ging goed vermits ze zelf kleuter onder de kleuters was. Niet zelden liet ze daarbij een bulderende lach horen. Mijn jongste heeft vroeger nog verteld dat ze tante wel eens liet winnen met het kaartspel ‘broek van ’t gat’ omdat ze haar graag blij zag en vond dat memé (mijn moeder) niet altijd lief voor haar was.

Toch heeft ons moeder tot drie maanden voor haar dood voor haar schoonzus gezorgd, ze vond dat ze dat moest doen voor ons vader die vier jaar eerder stierf. Iemand die nooit voor een minder valide gezorgd heeft kan nooit inschatten hoe ingrijpend zo’n zorg is.

De laatste jaren was tante in een woon-zorgcentrum (ondertussen een dement plantje) tot ze plots vorige week naar het ziekenhuis werd gedaan en we de boodschap kregen dat het niet lang meer zou duren.

Donderdag gingen de jongste en ik nog eens langs en zagen met eigen ogen dat het einde naderde. Mijn jongste die steevast door haar ‘petatje’ genoemd werd, wegens haar onuitspreekbare voornaam, een verbastering van schatje.

Vanmorgen is ze op haar tachtigste gestorven.

De tante die onze jeugd overhoop gooide maar die ons tegelijk enkele levenslessen bijbracht.

R.I.P.

**Loffie was een bijnaam, ze had in werkelijkheid een lievere naam

Hij heeft me nog maar eens verlaten.

In 2014 reed het lief al eens met de fiets naar Santiago de Compostela, in 2015 naar Rome. Vorig jaar heb ik hem een beetje uitgelachen omdat hij met de wagen een Tour de Belgique deed.

Weer een jaar verder en geen zorgen meer om zijn oude vader kan hij echt eens helemaal zonder tijdsdruk weg.

Ik bracht hem vanmorgen naar Lille vanwaar hij de trein nam tot Parijs. Morgen nog een ritje tot Lyon om vanaf daar te fietsen. Een blokje om zeg maar, zo een week of vier, vijf.

Heel zijn route staat nog niet vast maar er zijn wel een paar dingen die zeker op het lijstje staan. De Mont Ventoux om maar iets te zeggen, Sénanque, Camargue, Canal du Midi, Carcassonne, …

Het is hem gegund, dat hoort allemaal bij punt 7 van ons Liefdescontract.

Het enige wat hij moet doen is voorzichtig zijn en een pakske warme liefde meebrengen naar huis, dat ook nog.

Vijgen (oef dat mag nog!) na Pasen

Zondag gingen wij en famille (dochters+wederhelft oudste) naar het ‘Vegan Summer fest’ in Gent. Sofie deelde mij daar al bij haar blessings, wat een eer!

Raar, maar toen de oudste me ’s avonds vroeg wat ik er van vond (ze zal wel al ergens gemerkt gehad hebben dat ik gefrustreerd was) ben ik kwaad geworden.

Misschien ligt het aan mij en begrijp ik het allemaal niet goed, maar volgende zaken vond ik van het goede teveel:

  • Als veganisme als ecologisch moet bestempeld worden, waarom aten wij daar dan allemaal uit plastieken/papieren/piepschuimachtige borden, met houten/plastieken bestek en dronken we uit plastieken bekers?
  • Opdruk van T-shirts met koe en kalf en dat het kalf alleen melk drinkt: kan allemaal wel zijn, en die dieren worden dan gehouden om moeder-kind te zijn en gaan dan dood van ouderdom? Hoe naïef moet je daarvoor zijn zeg!
  • Dat je liefst ook geen lederen schoenen/tassen moet kopen is ook nog zoiets. De kunststof nijverheid is natuurlijk wel héél milieuvriendelijk om nog maar te zwijgen van hoe lang al die zaken dan meegaan en of ze recycleerbaar zijn eens op de afvalberg.
  • Ik kocht daar een zeer ethisch verantwoord boterhamsmeersel om dan bij thuiskomst te zien dat het maar een dag meer goed bleef (ik weiger dat eigen schuld te bestempelen, een beetje eerlijk bedrijf doet dat niet of zegt het erbij en verkoopt die zaken met korting)

Het is dat ik zondag in volle colère niet direct ben beginnen schrijven of er zouden nog wel zaken uit mijn klavier gerold zijn.

Hier thuis is veganisme wel een item. Uiteraard. De oudste wil niet anders meer. Dat heeft er toe geleid dat wij allemaal nog amper vlees eten. De jongste en ik eten wel nog vis en schaaldieren, eieren en melkproducten. Zelf ga ik buiten de deur nooit moeilijk doen.

Met zijn allen gaan eten brengt bijgevolg altijd strubbelingen teweeg, familiefeesten zijn niet meer gewoon de deur uitgaan, ze vergen wat voorbereiding vaak (al wil ik dat laatste niet dramatiseren, er is veel begrip en zelfs een lieve broer die bij de laatste samenkomst ook voor twee lekkere vegan desserts zorgde)

En toch moet ik zeggen dat vegetarisch/vegan koken mij veel lekkers op mijn bord gebracht heeft. Echt! Ik zeg dat hier niet om iemand te plezieren, het is gewoon zo. Zondag heb ik ook mijn buikje rond gegeten zonder het gevoel te hebben van iets te missen in een gerecht.

Iedereen die een beetje lacherig doet over de nieuwe geitenwollensokken moet eerst eens wat gerechten proberen vooraleer te oordelen.

Het is zoals met vele dingen in de maatschappij. Een open geest hebben, mekaar respecteren en het goeie van vele werelden omarmen.

En als u mij nu wilt excuseren. Ik hoor buiten een ‘kot, kot, koduuuuuut’-productiedeuntje. Ik ben er zeker van dat ik dat eitje met smaak ga opeten!